Het college bepaalt jaarlijks vóór het einde van het jaar ten behoeve van de uitvoering van deze regeling in het eerstvolgende kalenderjaar
het bedrag van het leningenbudget dat zij beschikbaar stelt voor het verstrekken van startersleningen;
het bedrag van de maximale respectievelijk het bedrag van de minimale hoofdsom van de starterslening;
het bedrag van de maximale hoogte van de verwervingskosten;
het bedrag van de verplichte bijdrage van private partijen in de kosten van een starterslening.