Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is):
algemeen bestuur;
openbare orde en veiligheid;
verkeer, vervoer en waterstaat;
economische zaken;
onderwijs;
cultuur en recreatie;
sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;
volksgezondheid;
milieu;
ruimtelijke ordening en volkshuisvesting;
sport.
Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.