De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
In afwijking van het tweede lid zal, indien de belastingplicht eerst in de loop van het eerste belastingtijdvak aanvangt, de reclamebelasting voor het eerste tijdvak verschuldigd zijn voor zoveel derde gedeelten van de door dat tijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
In afwijking van het vierde lid zal, indien de belastingplicht in de loop van het eerste belastingtijdvak eindigt, op aanvraag van de belastingplichtige ontheffing worden verleend voor zoveel derde gedeelten van de voor het eerste tijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de reclamebelasting 2019