Elke les moet bezocht worden door tenminste 8 en ten hoogste 28
leerlingen. Hierbij kunnen leerlingen die wegens ziekte of om
andere redenen verhinderd zijn de les bij te wonen, worden
meegerekend als zij naar het oordeel van het college geacht
kunnen worden regelmatig aan het onderwijs deel te nemen.
Voor de bepaling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van
de toestand bij aanvang van het betreffende schooljaar.
Afdeling II
Artikel 7
Aantal leerlingen
Onderdeel van Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs