Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn en/of over onderwerpen die niet op de agenda staan.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 12 uur op de dag van de vergadering aan de griffier, onder vermelding van naam en onderwerp.
Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter open staat of heeft opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten, aanwijzingen of aanbevelingen van personen;
indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Het spreekrecht over geagendeerde onderwerpen kan worden uitgeoefend bij de behandeling van het betreffende agendapunt. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord, voor alle sprekers gezamenlijk geldt een maximale spreektijd van dertig minuten per onderwerp.
Het spreekrecht over niet-geagendeerde onderwerpen kan worden uitgeoefend bij het agendapunt spreekrecht niet agendeerde onderwerpen.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
De spreker kan gebruik maken van ondersteunend beeldmateriaal.
De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 11a
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dalfsen 2019