Naar hoofdinhoud

Artikel 11:

verantwoording en vaststelling subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling kindgebonden financiering voorschoolse educatie, gemeente Middelburg Toelichting

1. Voor de verantwoording zal het college een verantwoordingsprotocol opstellen. 2. Uiterlijk vóór 1 juli in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor kindgebonden subsidie is verleend wordt door de aanvrager een eindverantwoording ingediend conform de eisen in het verantwoordingsprotocol. 3. De kindgebonden subsidie wordt vastgesteld op de daadwerkelijk bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief en onderverdeling naar categorieën van lid 4 sub c van dit artikel. 4. In de verantwoording wordt ten minste opgenomen: 5. Het bedrag dat als voorschot is uitgekeerd. 6. Het bedrag dat op basis van de werkelijke aantallen vastgesteld dient te worden. 7. De werkelijke aantallen peuters, waarbij een onderscheid gemaakt wordt in de volgende 4 categorieën: VVE geïndiceerde peuter met KOT; VVE geïndiceerde peuter zonder KOT Niet VVE geïndiceerde peuter met KOT; Niet VVE geïndiceerde peuter zonder KOT. Het totaal van de ontvangen ouderbijdrage. 8. Het college kan steekproefsgewijs controles in de administratie van de aanvrager uitvoeren om de juistheid van de gegevens te controleren. De aanvrager verleent hieraan de volledige medewerking. 9. Jaarlijks vinden tussentijdse verantwoordingsgesprekken tussen gemeente en de aanvrager plaats. 10. Op het moment dat geconstateerd wordt dat een aanvrager niet aan de gestelde eisen voldoet, kan het subsidiebedrag dat de aanvrager ontvangt, of als voorschot ontvangen heeft, aangepast worden.

Rechtspraak bij dit artikel