Naar hoofdinhoud
Deze regeling wordt aangehaald als 'Subsidieregeling Kindgebonden financiering voorschoolse educatie, gemeente Middelburg'. Inleiding Het doel van deze regeling is het voorkomen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen zodat zij een goede start in het leven hebben. Daarvoor willen we alle Middelburgse ouders van kinderen in de peuterleeftijd een aanbod op een voorschoolse voorziening doen en hen daarvoor een subsidie verstrekken. In de regeling wordt gekozen voor een kindgebonden financiering, maar toch kiezen we vanuit praktische overwegingen om niet de ouder te subsidiëren maar dit via de aanbieders van voorschoolse voorzieningen te doen. We willen met de regeling een kwalitatief hoogwaardig aanbod realiseren. Daarom willen we dat alle voorzieningen die in aanmerking willen komen voor een kindgebonden financiering voldoen aan de minimum kwaliteitsstandaard die bij een VVE voorziening hoort, aangevuld met extra kwaliteitseisen vanuit de gemeente Middelburg zelf. Alle aanbieders van een dergelijke VVE geregistreerde voorschoolse voorziening bieden dus o.a. twee VVE geschoolde professionals (conform eisen in de wet) op een groep van 16 peuters, een VVE programma en ondersteuning van HBO-ers. Door dit verplicht te stellen bieden we een hoogwaardig voorschools programma voor alle peuters en zorgen we ervoor dat peuters met een geconstateerde achterstand op een voorziening terecht komen waar een mix bestaat van kinderen met en zonder indicatie. Door de subsidieregeling ook aan te bieden aan de ouders van peuters zonder een geconstateerde achterstand, ongeacht of zij gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag of niet, willen we alle peuters stimuleren van de voorschoolse voorziening gebruik te maken. Zo willen we de integratie van alle peuters bevorderen. Deze regeling zorgt voor een verandering in de financiering van de peutergroepen zoals we die in Middelburg kennen. Waar we eerst een subsidie toekenden op basis van de exploitatie van de aanbieders van peutergroepen, hebben we met de voorliggende subsidieregeling gekozen voor een ander subsidiemodel. Op het moment dat de regeling ingaat zal iedere aanbieder die voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen een beroep kunnen doen op de subsidieregeling. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 De kindgebonden subsidie wordt verleend aan een rechtspersoon die een VVE geregistreerde voorschoolse voorziening aanbiedt. Artikel 2: Sub d: de definitie van een doelgroeppeuter, zoals deze door het college per 28-5-2019 is vastgesteld luidt: Kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die risico lopen of een vastgestelde achterstand hebben op het gebied van Nederlandse spraak/taal en/of op sociaal-emotioneel gebied. Sub f: de uurprijs die door het college is vastgesteld per 1 januari 2020 bedraagt € 9,05 Sub n: het aanbod bestaat uit 2 componenten: Een basisaanbod van 8 uren per week gedurende 40 weken voor alle peuters; Een extra aanbod van 8 uren per week gedurende 40 weken voor peuters vanaf 2,5 jaar met een indicatie. Dit aanbod is gratis voor de ouders. Artikel 3 We willen in Middelburg bereiken dat iedereen volwaardig mee kan doen aan de samenleving1“Middelburg over 10 jaar”, Middelburg is een inclusieve samenleving: iedereen doet mee.. We zien educatie als een sleutel tot participatie. We willen dat alle kinderen een goede start maken en zien het als onze taak, tezamen met de ouders en partners in kinderopvang, onderwijs, welzijn en zorg, dat alle kinderen van 0 tot en met 12 jaar een ononderbroken ontwikkellijn doorlopen. Doel is alle obstakels die een mogelijke belemmering vormen weg te halen of zo laag mogelijk te maken en tevens de situatie te creëren dat alle kinderen gelijke kansen op een maximaal ontwikkelrecht krijgen. De subsidieregeling draagt bij aan een goede start in een kwalitatief goede voorschoolse voorziening waar alle peuters aan deel kunnen nemen. Door de subsidieregeling ook aan te bieden aan de ouders van peuters zonder een geconstateerde achterstand, ongeacht of zij gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag of niet, willen we alle peuters stimuleren van de voorschoolse voorziening gebruik te maken. Zo willen we de integratie van alle peuters bevorderen. Artikel 4 We kiezen voor een kindgebonden financiering, maar keren de subsidie niet direct aan de ouder uit. Het geld volgt wel de peuter, dus wanneer de peuter zich meldt voor een peuterprogramma bij een voorschoolse voorziening kan de rechtspersoon die de voorschoolse voorziening aanbiedt een aanvraag indienen voor een subsidie. De rechtspersoon zorgt voor een goede administratie en verantwoording. Artikel 5 We kiezen ervoor een eenduidig aanvraagformulier voor deze regeling te gebruiken en dit door het college vast te laten stellen. Voordeel is dat iedere partij dezelfde, op de specifieke subsidie toegespitste aanvraag indient. Artikel 6 Gemeenten zijn waarschijnlijk per 1 januari 20202Bij de vaststelling van de peuterregeling is de verplichte 16 uur VVE nog niet in wetgeving vastgelegd. verplicht een VVE aanbod van in totaal 960 uren te leveren aan doelgroeppeuters in de leeftijdsgroep 2,5 -4 jaar. Dit zou gemiddeld uitkomen op 16 uren per week wanneer we uitgaan van 40 weken per jaar. In Middelburg bieden we alle peuters een basisaanbod van 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar. Peuters met een VVE indicatie krijgen daarop een extra aanbod van 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar. Dit aanbod van in totaal 16 uren per week start op het moment dat zij 2,5 worden. Voor de effectiviteit van het educatieve aanbod willen we dat het aanbod verspreid wordt over meerdere dagen. Een aanbod voor een peuter zonder VVE indicatie wordt dus ten minste over 2 dagen verspreid. Het aanbod aan een peuter met een VVE indicatie over tenminste 3 dagen. Artikel 7 Lid 1, 2 en 3 De basis van de hoogte van de kindgebonden subsidie is: De landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang. Deze wordt jaarlijks vastgesteld in wetgeving. In 2019 is dat € 8,02. De inkomensafhankelijke ouderbijdrage op grond van de “adviestabel ouderbijdrage peuteropvang”. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door de VNG. Een kostprijs per uur die door het college wordt vastgesteld. Voor 2020 is dat € 9,05 Daarnaast wordt in de hoogte van de subsidie rekening gehouden met twee hoedanigheden van ouders: Een ouder heeft wel of geen recht op een kinderopvangtoeslag via de belastingdienst. Een ouder heeft wel of geen VVE indicatie ontvangen van het consultatiebureau. Dit leidt tot de volgende mogelijkheden: VVE indicatie Geen VVE indicatie Wel KOT a b Geen KOT c d Wat betekent dit voor de ouder? De ouder krijgt 8 uren per week vergoed via de KOT, de overige 8 via de gemeente vanaf het moment dat de peuter de leeftijd van 2,5 jaar bereikt. De ouder krijgt 8 uren per week vergoed via de KOT. De ouder krijgt 16 uren per week vergoed via de gemeente. De 8 uren VVE gaan in op het moment dat de peuter de leeftijd van 2,5 jaar bereikt. De ouder krijgt 8 uren per week vergoed via de gemeente. De ouder betaalt in alle gevallen een inkomensafhankelijke bijdrage. Wat betekent dit voor de gemeente? De gemeente subsidieert van de eerste 8 uren het verschil tussen de kostprijs( in 2020 € 9,05) en de maximale uurprijs dagopvang ( in 2019 is dat € 8,02). De extra 8 uren VVE worden volledig gesubsidieerd. De gemeente subsidieert voor maximaal 8 uren het verschil tussen de kostprijs (in 2020 € 9,05) en de maximale uurprijs dagopvang (in 2019 € 8,02). De gemeente subsidieert 16 uren de kostprijs (in 2020 € 9,05) per uur. De gemeente subsidieert voor maximaal 8 uren de kostprijs (in 2020 € 9,05) per uur. Voor c en d geldt dat de inkomensafhankelijk ouderbijdrage op de subsidie in mindering gebracht wordt. Lid 4 De gesubsidieerde VVE- plaats dient volledig benut te worden, d.w.z. dat de volledige 16 uren bezocht moeten worden, behoudens incidentele afwezigheid door ziekte e.d. De aanvrager dient dit schriftelijk met de ouder overeen te komen, de ouder hierop aan te spreken en de gemeente te informeren wanneer niet aan deze eis voldaan wordt. Wanneer de ouder deze uren niet invult, zal het aanbod van 8 gratis extra uren komen te vervallen. Artikel 9 Een VVE geregistreerde voorschoolse voorziening dient te voldoen aan de eisen die de Wet Kinderopvang en de daaruit voortvloeiende besluiten en regelingen stellen. Het gaat daarbij o.a. over eisen op de volgende onderwerpen: de veiligheid en de gezondheid, waaronder de ook meldcode en het tweegezichtencriterium; de opleidingseisen waaraan de beroepskrachten voldoen; een opleidingsplan; de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs; het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie; de groepsgrootte, het dagritme en de herkenbaarheid van ruimtes en personen; het aantal uren voorschoolse educatie; inzet van pedagogisch medewerkers; het pedagogisch beleid en de pedagogische praktijk; de accommodatie en de inrichting van de ruimte die bestemd is voor kinderopvang; de beschikbare ruimte voor kinderen; Daarnaast dient de voorziening te voldoen aan de kwaliteitseisen van de onderwijsinspectie en de GGD en verbindt het college nog een aantal kwaliteitseisen aan de kindgebonden subsidie. De VVE geregistreerde voorschoolse voorziening dient ook hier aan te voldoen om een kindgebonden subsidie aan te kunnen vragen. Artikel 10 De aanvrager vraagt aan, voorafgaand aan het subsidiejaar. Leidend is het aantal peuters dat op de peildatum, te weten 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, feitelijk deelneemt aan het peuterprogramma van de aanvrager. Het dient hier te gaan om Middelburgse peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Artikel 11. De verantwoording van de subsidie is afhankelijk van de hoedanigheid van de ouder met hun peuter, te weten: wel/niet KOT wel/niet indicatie VVE. We willen graag per kwartaal zicht krijgen op de werkelijk aantallen peuters in de verdeling zoals in onderstaande tabel: VVE indicatie Geen VVE indicatie Wel KOT … … Geen KOT … …. Daarnaast is het relevant te weten of de ouderbijdrage in lijn loopt met de gemiddelde ouderbijdrage die bij de verlening van de subsidie bevoorschot wordt. Om dit op een goede manier te controleren wordt aan de subsidieaanvragers gevraagd een degelijke en gescheiden boekhouding en administratie te voeren. Aangezien de Algemene Verordening Gegevensbescherming niet toestaat dat de gemeente op persoonsniveau alle gegevens controleert en we toch een goede toetsing van de gegevens willen, vragen we de accountant van de aanvrager de gegevens te controleren. We zullen hier een protocol voor opstellen. In de tussentijdse verantwoordingsgesprekken zullen we volgen of de verleende subsidie –gebaseerd op een peildatum- in lijn is met de werkelijkheid. lid 7 Wanneer blijkt dat een aanvrager niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet die de gemeente stelt, zal dit consequenties hebben voor de subsidie. Op het moment van constatering zal de bevoorschotting aangepast worden door het extra deel, zoals beschreven in artikel 7 lid1, met terugwerkende kracht terug te vorderen. Het gaat dan om de periode dat niet voldaan is aan de kwaliteitseisen voor die groep of locatie waarop de omissie in kwaliteit betrekking had. Wanneer dat mogelijk is, zal de terugvordering verrekend worden met de bevoorschotting. Is dat niet meer mogelijk, dan zal in de definitieve subsidievaststelling teruggevorderd worden. Op het moment dat weer voldaan wordt aan de kwaliteitseisen zal de subsidiering ook weer hersteld worden op de eerste dag van de volgende maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel