De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
In afwijking van het eerste lid kan het college bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.