Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet conform de termijn in deze verordening of de van toepassing zijnde subsidieregeling is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.
Het college stelt, behoudens het bepaalde in het volgende lid, de subsidie vast overeenkomstig de subsidieverlening.
Het college kan naast de in de AwB genoemde gevallen (art. 4:46) een subsidie lager vaststellen indien:
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
de subsidieontvanger onvoldoende heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Bij een ambtshalve vaststelling kan het college de aanvrager verplichten om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen twaalf weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
Voor zover een batig liquidatiesaldo mede door het verlenen van gemeentelijke subsidie is gevormd, dient dit aan de gemeente te worden teruggestort tot het bedrag dat aan subsidie is verstrekt.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Besluit tot vaststelling
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Rijswijk 2020