Het college kan naast de in de Algemene wet Bestuursrecht genoemde gevallen (art.4:35) een subsidieaanvraag afwijzen, indien:
de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op of ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
de activiteiten in onvoldoende mate bijdragen aan (een) doel(en) passend in het beleid van de gemeente;
de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;
de aanvrager de activiteiten zelf kan bekostigen of over voldoende middelen van derden kan beschikken;
de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager niet is gegarandeerd;
het college aanleiding ziet een Verklaring omtrent gedrag te vragen van bestuurders, werknemers en/of vrijwilligers en deze niet wordt overlegd of negatief uitvalt;
deze ziet op kosten die verband houden met een jubileum, niet zijnde kosten van subsidiabele activiteiten voor breder publiek ter gelegenheid van het jubileum;
en voor zover de te subsidiëren activiteiten en/of subsidieontvanger in strijd zijn of handelen met een wettelijke regeling;
en voor zover de verlening een steunmaatregel zou vormen in strijd met art. 107 of 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.