Bij de verwerking van persoonsgegevens staat respect voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n) voorop. Voorkomen moet worden dat er onnodige of te vergaande inbreuken worden gemaakt. De Algemene Verordening Gegevensbescherming, hierna: AVG biedt hiervoor het wettelijk kader. De AVG heeft als doel om de privacy van alle Europese burgers te beschermen. Dit regionale privacy beleid vindt zijn grondslag in artikel 24 AVG.
Artikel 24 AVG:
Rekening houdend met de aard, de omvang, de context en het doel van de verwerking, alsook met de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, treft de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking in overeenstemming met deze verordening wordt uitgevoerd. Die maatregelen worden geëvalueerd en indien nodig geactualiseerd.
Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten, omvatten de in lid 1 bedoelde maatregelen een passend gegevensbeschermingsbeleid dat door de verwerkingsverantwoordelijke wordt uitgevoerd.
De AVG bevat in principe geen concrete verplichtingen waarmee aan artikel 24 wordt voldaan. De verwerkingsverantwoordelijken hebben zelf de verantwoordelijkheid om zodanig passende maatregelen te treffen dat de persoonsgegevens op een veilige wijze worden verwerkt en aan de beginselen van de AVG wordt voldaan. Deze beginselen van de verwerking van persoonsgegevens houden het volgende in:
de verwerking van persoonsgegevens moet ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant zijn;
persoonsgegevens mogen alleen worden verzameld voor een bepaald gerechtvaardigd doel en mogen vervolgens niet verder worden verwerkt als dit onverenigbaar is met dat doel (de eis van doelbinding);
de verwerking van persoonsgegevens moet beperkt zijn tot wat noodzakelijk is voor het omschreven doel (minimale gegevensverwerking);
de verwerkte persoonsgegevens moeten juist zijn; onjuist gebleken persoonsgegevens moeten worden gecorrigeerd of verwijderd;
de persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor het gerechtvaardigde doel waarvoor deze werden verwerkt. Hier zijn uitzonderingen op met het oog op het algemeen belang 3 Zie artikel 5 AVG.
persoonsgegevens moeten zodanig worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is.