Het college wijst alle inburgeringsplichtigen aan als groep voor wie een voorziening kan worden vastgesteld, met uitzondering van inburgeringsplichtigen deel uitmakend van een gezin waarbij het gezinsinkomen hoger is dan 120% van het wettelijk minimumloon
Hierbij wordt voorrang gegeven op basis van de volgende criteria:
Opvoedingstaak;
Arbeidsperspectief;
Maatschappelijke participatie;
Sociale redzaamheid.