De eigen bijdrage van € 270,00, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet wordt in ten hoogste twaalf gelijke maandelijkse termijnen betaald. In individuele gevallen kan door het college van burgemeester en wethouders hiervan worden afgeweken.
Het college legt in de beschikking tot toekenning van een voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat schriftelijk aan de cliënt medegedeeld.