**1..** Op de op grond van artikel 5, eerste lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van burgemeester en wethouders, welke vergunning tevens geldt voor het gebruik van de oever die als behorend bij het woonschip is aangemerkt.
**2..** Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag is ontvangen.
**3..** Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien:
voor de ligplaats al vergunning is verleend;
de afmetingen van het woonschip meer bedragen dan een lengte van maximaal 20 meter, breedte van 4,5 meter en een hoogte van 3,5 meter, tenzij deze afmetingen al werden overschreden ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, in welke situatie de afwijkende afmeting, zoals opgenomen in de vergunning als norm geldt. Is de ligplaats korter dan 20 meter dan geldt de in de vergunning opgenomen lengte als maximum.
het woonschip en/of het bijbehorende oevergebruik belemmeringen kunnen veroorzaken aan het verkeer te water of te land;
het uiterlijk van het woonschip en/of de bijbehorende oever afbreuk doen aan het aanzien van de gemeente;
het woonschip en/of de bijbehorende oever niet voldoen aan eisen van veiligheid en gezondheid;
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsver gunning is aangevraagd, kan innemen, tenzij sprake is van het niet kunnen innemen van de ligplaats wegens een langere opleveringstermijn bij de opbouw van een woonschip of daarmee vergelijkbare omstandigheden;
**4..** De ligplaatsenvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woon schip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de ligplaatsvergunning voorschriften verbinden in het belang van de doelstelling van deze verordening.
Artikel 7