De ‘kan’- bepaling artikel 3:14 Inconveniëntentoelage is van toepassing op de gemeente Lingewaard. In aanvulling op het gestelde in artikel 3:14 van de CAR-UWO geldt ten aanzien van het toekennen het volgende:
Lid 1
Aan de medewerker die nu en dan, regelmatig of voortdurend onder bezwarende omstandigheden arbeid verricht en wiens functie op een door burgemeester en wethouders vastgestelde functielijst voorkomt, wordt een toelage per maand toegekend.
Lid 2
Onder bezwarende omstandigheden worden begrepen:
het werken in een situatie die een zodanige verontreiniging van de huid veroorzaakt dat deze ook na het gebruik van speciale wasmiddelen duidelijk waarneembaar blijft;
het werken in een omgeving met sterk onaangename geuren, of werken met onaangenaam aandoende en sterk afkeer oproepende materialen;
het werken in een situatie die een zeer hoge mate van huid- en slijmvliesprikkeling teweegbrengt, zodanig dat dit effect ook na het werk nog enige tijd voelbaar blijft;
het langdurig werken onder zeer onaangename hoge of lage temperatuur of temperatuurwisselingen;
het werken in situaties waarin het gebruik van gehoor-beschermingsmiddelen niet mogelijk of afdoende is, en waarin door het aanhoudende lawaai onderling contact nauwelijks mogelijk is of de geluidsterkte gelijk is aan of groter is dan 80 dbA;
het werken met sterk trillende apparatuur;
het werken met beschermingskleding of -middelen die een ernstige belemmering vormen voor de normale ademhaling, voor huidoppervlakte-uitwaseming en voor de bewegingsmogelijkheden;
het werken onder omstandigheden welke een verhoogd gevaar voor invaliditeit of overlijden meebrengen.
Lid 3
Burgemeester en wethouders geven voor elke op de functielijst voorkomende functie aan of er nu en dan, regelmatig of voortdurend onder één dan wel gelijktijdig onder meer typen bezwarende omstandigheden arbeid wordt verricht.
Lid 4
De toelage bedraagt een percentage van het salaris behorende bij periodiek 11 van salarisschaal 7 nieuwe structuur en wel:
1% indien de medewerker nu en dan onder één of gelijktijdig onder twee typen bezwarende omstandigheden dan wel regelmatig onder één type bezwarende omstandigheden arbeid verricht;
2% indien de medewerker nu en dan gelijktijdig onder drie of meer typen bezwarende omstandigheden dan wel regelmatig gelijktijdig onder twee typen bezwarende omstandigheden of voortdurend onder één type bezwarende omstandigheden arbeid verricht;
3% indien de medewerker regelmatig gelijktijdig onder drie of meer typen bezwarende omstandigheden of voortdurend gelijktijdig onder twee of meer typen
Lid 5
Voor de medewerker met onvolledige werktijd wordt de toelage vastgesteld op een evenredig deel van de toelage bij een volledige werktijd.
Lid 6
In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.
Lid 7
Burgemeester en wethouders kunnen een vergoeding toekennen indien de medewerker incidenteel onder bezwarende omstandigheden arbeid verricht.
Artikel 10