In aanvulling op het gestelde in artikel 3:8 van de CAR-UWO geldt ten aanzien van het toekennen van een functioneringstoelage het volgende:
Lid 1
Aan de medewerker kan alleen een functioneringstoelage worden toegekend indien deze meerdere jaren direct aansluitend zeer goed of uitstekend functioneert.
Lid 2
Een medewerker die boven de gestelde eisen (score 1: functioneert prima, doet meer dan de functie vereist) functioneert conform de nota P&O gesprekscyclus en regeling Personeelsbeoordeling.
Lid 3
De hoogte van deze toelage bedraagt het verschil tussen het bedrag van de volgende periodiek in de opvolgende schaal (waarbij fictief de inpassingsregeling van de CAR-UWO wordt gehanteerd). Wanneer de tijdelijke toelage wordt verlengd dan kan de toelage worden verhoogd met het bedrag dat overeenkomt met een extra periodiek. Het bedrag van het salaris en de toelage mogen niet uitstijgen boven het maximum van de opvolgende functieschaal of hetgeen dat is bepaald in artikel 3:8 lid 3.
Lid 4
De toelage dient vergezeld te gaan van schriftelijk vastgelegde afspraken over de duur (maximaal één jaar), de grond, de hoogte en de ingangs- en einddatum van deze toelage.
Lid 5
Het recht op de functioneringstoelage eindigt van rechtswege, indien de schriftelijk vastgelegde gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn.
Artikel 7