De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het daadwerkelijke gebruik van peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen.
1. Daartoe registreert de aanbieder de volgende gegevens:
a. het aantal geplaatste doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouders met -en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
b. het aantal geplaatste niet-doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
c. het gemiddeld aantal uren dat doelgroeppeuters en peuters per geplaatste maand (of deel van de maand) gebruik maken van de peuteropvang gedurende de subsidieperiode, uitgesplitst naar doelgroep- en niet-doelgroeppeuters en naar ouders met -en zonder kinderopvangtoeslag;
d. de gefactureerde ouderbijdragen per (doelgroep)peuter.
2. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal kinderen dat gedurende een jaar of een gedeelte van het jaar gebruik heeft gemaakt van de peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen, het geldende uurtarief en het aantal uren dat per peuter gebruik is gemaakt. De gefactureerde ouderbijdragen worden hierop in mindering gebracht.
Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken voor doelgroeppeuters en niet-doelgroeppeuters, ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode aan te passen aan de vraag van ouders. Het vastgestelde subsidiebedrag kan echter nooit hoger worden dan het eerder verleende subsidiebedrag.
Daarnaast wordt er, om tot vaststelling te komen, een inhoudelijke verantwoording verwacht met daarin de activiteiten en evaluatieresultaten met betrekking tot:
• De groepssamenstelling
• VE en opbrengstgericht werken
• Personeel
• Ouderbetrokkenheid
• Interne kwaliteitszorg
• Samenwerking onderwijs
• Zorgstructuur
Artikel 10
Vaststelling van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam