1. Het college hanteert als maximum te vergoeden uurtarief het landelijk maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslagregeling en volgt de jaarlijkse indexering aangegeven door het ministerie van SZW.
2. Het college hanteert voor het VE-jaarbedrag de jaarlijkse indexering van het maximumuurtarief van de kinderopvangtoeslag
3. De inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk
4. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal contracturen dat gebruik wordt gemaakt van een (VE-) peuterplaats. Naar rato van de plaatsingsperiode per (doelgroep) peuter, berekent het college de subsidiebedragen als volgt:
a. Per bezette peuterplaats voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag minimaal 260 uren en maximaal 440 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de aanbieder gehanteerd uurtarief en minus de over deze uren in rekening gebrachte ouderbijdrage. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
b. per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag maximaal 660 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 260- 320 uren per jaar. Het subsidiebedrag is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
c. per doelgroeppeuter op een VE- peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag minimaal 320 en maximaal 340 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. Over deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. De doelgroeppeuter maakt naast deze uren nog tenminste 260 uren per jaar gebruik van de VE-peuterplaats.
d. per geplaatste doelgroeppeuter een VE-jaarbedrag, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt het VE- jaarbedrag naar rato verstrekt.
5. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
Artikel 4
De grondslag voor de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam