Het college verstrekt woonvoorzieningen voor het – in aanvaardbare mate - wegnemen van aantoonbare beperkingen die een persoon ondervindt bij het normale gebruik van zijn woning.
De te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit:
een algemene voorziening
een voorziening voor verhuizing en inrichting;
een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard in of aan een woning;
een voorziening van niet-bouwkundige en niet-woontechnische aard in of aan een woning;
een voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie van een liftinstallatie in een woning;
een voorziening voor tijdelijke huisvesting;
een voorziening voor huurderving;
een voorziening voor een uitraasruimte.
De voorzieningen genoemd in lid 2 onder b, c, e, f en g worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleend.
De voorzieningen genoemd in lid 2 onder d worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de Wet, in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget verleend.
Het persoonsgebonden budget en de financiële tegemoetkoming bedragen maximaal € 45.000,- en worden alleen verstrekt onder de voorwaarde dat door belanghebbende in de financiering van het niet door subsidie gedekte deel van de aanpassingskosten is voorzien.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Vormen van woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012