Een persoon, die in aanmerking komt voor een individuele voorziening, kan kiezen of de te verstrekken voorziening aan hem wordt verstrekt in natura, als financiële tegemoetkoming of als persoonsgebonden budget . De criteria op basis waarvan het college vaststelt in welke situaties de bij wet verplichte keuze tussen deze voorzieningen al dan niet wordt geboden, worden vastgelegd in deze verordening of het Besluit.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Keuzevrijheid
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012