** 1. .** Voor voorzieningen bedoeld in artikel 2.a.1 en 2a.2. wordt de vergoeding vastgesteld op basis van de feitelijke kosten gerelateerd aan het Kwaliteitskader huisvesting onderwijs. Vanuit Total Cost of Ownership wordt gekeken naar de terugverdientijd van eventuele extra investeringen in duurzaamheid op basis van een aantoonbaar gerealiseerd exploitatievoordeel.
** 2. .** De inhoudelijke toets van de voorziening bedoeld in artikel 2.a. 1 t/m 5 wordt vergezeld van een toets van de stichtingskosten van de bruto vloeroppervlakte door een onafhankelijk, in scholenbouw gerenommeerd, bouwkostenmanagementbureau.
** 3. .** Bij renovatie/levensduurverlenging, zoals bedoeld onder artikel 2.a.3. wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten, voor zover mogelijk gerelateerd aan het Kwaliteitskader Huisvesting basisonderwijs met als ondergrens de eisen van het vigerende bouwbesluit.
** 4. .** De vergoeding als bedoeld in artikel 3.1., 3.2. en 3.3. wordt gebaseerd op het plan en het gemeentelijk aanbestedingsbeleid, opgenomen in een bouwheerovereenkomst tussen het schoolbestuur en de gemeente met inachtneming van eventueel aanvullende afspraken over financiering van de extra investeringen in duurzaamheidsmaatregelen (TCO).
**5. .** Voor de projecten die opgenomen zijn in het IHP geldt m.b.t. de financiering een apart besluitvormingstraject. Aan het IHP kunnen geen rechten worden ontleend. De gemeenteraad stelt per project definitief het budget vast.
** 6. .** Voor de voorziening, zoals omschreven in artikel 2.a.6 geldt dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt.
** 7. .** Voor voorzieningen genoemd in artikel 2.a.7, 2.a.8, 2.a.9 en 2.d. gelden de vergoedingen , zoals opgenomen in bijlage IV deel G., H., en L, waarbij jaarlijkse indexering plaats vindt van de vermelde bedragen.