Een doelstelling van de Woningwet (artikel 8, tweede lid, onder c) is dat bouwen op verontreinigde bodem wordt tegengegaan. Om hieraan te kunnen voldoen dient bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning (Wabo) voor het bouwen een bodemonderzoeksrapport te worden overgelegd.
Bovengenoemde doelstelling heeft uitsluitend betrekking op bouwwerken:
waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven;
voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist;
die de grond raken of ten aanzien waarvan het bestaande, niet wederechtelijk gebruik niet wordt gehandhaafd.
Het bodemonderzoeksrapport dient te voldoen aan de indieningvereisten zoals geregeld in de Regeling omgevingsrecht (MOR).
Ontheffingsgronden voor de onderzoeksplicht zijn onder andere geregeld in de (model) bouwverordening. Hierbij valt te denken aan:
Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
Met het vaststellen van de nieuwe bodemkwaliteitskaarten kan voor de zones waar de achtergrondkwaliteit valt in de klasse “Landbouw/Natuur” of “Wonen” de onderzoekslast voor bouwaanvragen ten aanzien van de bodemkwaliteit gelijk getrokken worden aan die voor vrijkomende grond. Dit houdt in dat er alleen nog een verkennend bodemonderzoek nodig is als uit vooronderzoek blijkt dat er reden is te twijfelen aan de bodemkwaliteit op de bouwlocatie.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.8.2
Woningwet/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad houdende regels omtrent het bodembeheer (Nota bodembeheer)