Als tijdens grondverzet in de toe te passen grond zintuiglijk verontreinigingen (puin, koolas, asbest, afwijkende geur) worden aangetroffen, dient de betreffende grond in depot te worden gezet. Omdat het om verdachte grond gaat, kan de bodemkwaliteitskaart niet automatisch als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt. Om meer zekerheid te krijgen omtrent de werkelijke kwaliteit van de grond kan de gemeente in dergelijke situaties er voor kiezen een partijkeuring voor te schrijven (maatwerk).
Een uitzondering vormen resten van drainagemateriaal, die in het landelijk gebied veelvuldig worden aangetroffen. De aanwezigheid hiervan in de bodem wordt niet als verdacht aangemerkt. In dat geval is geen partijkeuring noodzakelijk en geldt de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel (mits geen ander bodemvreemd materiaal wordt aangetroffen).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6.3
Zintuiglijk afwijkende grond
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad houdende regels omtrent het bodembeheer (Nota bodembeheer)