Toepassing van grond en baggerspecie onder het algemeen toetsingskader (generiek of gebiedsspecifiek) is mogelijk indien:
de kwaliteit van de grond voldoet aan de functie en de kwaliteit van de ontvangende bodem (=generiek toetsingskader);
de kwaliteit van de grond of baggerspecie, afkomstig uit het beheergebied, voldoet aan de lokale maximale waarden in de gebieden waarvoor gebiedsspecifiek beleid is opgesteld (= gebiedsspecifiek toetsingskader).
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten blijkt dat de grond in veel bodemkwaliteitszones voldoet aan de achtergrondwaarde. Dit betekent dat hier vrij grondverzet tussen alle bodemkwaliteitszones mogelijk is. Indien uit partijkeuringen blijkt dat sprake is van grond met kwaliteit Wonen of Industrie, dan is grondverzet hier volgens het generieke toetsingskader niet mogelijk, alleen in die (enkele) gebieden waar grond met de kwaliteit Wonen 2 bijvoorbeeld in bepaalde gebieden van de gemeente Noordoostpolder of Industrie mag worden toegepast of in die gebieden waarvoor gebiedsspecifiek beleid is opgesteld, mits de gehalten voldoen aan de lokale maximale waarden.
In onderstaande tabel zijn toepassingseisen weergegeven.
Tabel 3.1: Toepassingseisen voor grond en baggerspecie
Toepassingskader
Toepassingeis
generiek
strengste waarde van functie en kwaliteit
gebiedsspecifiek
LMW van het betreffende gebied
Voor hergebruik van grond afkomstig uit bijzondere locaties gelden aanvullende regels, zie paragraaf 3.6.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Toepassing van grond en baggerspecie onder het algemene toetsingskader
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad houdende regels omtrent het bodembeheer (Nota bodembeheer)