Naar hoofdinhoud
Voor verdachte locaties 5 Dit zijn locaties waar een bodembedreigende activiteit in het heden of verleden mogelijk invloed heeft gehad op de kwaliteit van de bodem kan de bodemkwaliteitskaart niet als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt omdat de kwaliteit van de locatie kan afwijken van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart staat aangegeven. Met een historische toets aan de hand van het hiervoor beschikbare vragenformulier (zie bijlage 6) en gegevens die via Internet (website provincie Flevoland) vrij beschikbaar zijn, wordt een eerste indicatie verkregen of de locatie verdacht is. Ook eerder uitgevoerde bodemonderzoeken geven hier informatie over. In het geval er opslag van gevaarlijke stoffen of bedrijfsmatige, bodembedreigende activiteiten op de locatie hebben plaatsgevonden, vindt de historische toets plaats overeenkomstig de norm voor vooronderzoek (NEN 5725). Verdachte locaties dienen te worden onderzocht conform de daarvoor bestemde strategieën uit de NEN 5740, 5720 en/of 5707. Als is aangetoond dat de locatie niet meer als verdacht hoeft te worden aangemerkt, kan de bodemkwaliteitskaart alsnog als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt. Dit is over het algemeen het geval als de gehalten beneden de tussenwaarde (=toetsingswaarde voor nader bodemonderzoek) liggen. Als uit het bodemonderzoek blijkt dat de grond mogelijk niet voldoet aan de bodemkwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart staat aangegeven, dan dient de kwaliteit van de te ontgraven grond te worden bepaald middels een partijkeuring. In onderstaand stappenschema is bovengenoemde procedure in beeld gebracht. Figuur 3.3: Stappenschema voor het bepalen van het benodigde bewijsmiddel voor het bepalen van de kwaliteit van te ontgraven grond Opmerkingen Boerenerven staan niet als aparte locaties op de bodemkwaliteitskaart aangegeven, terwijl de kwaliteit van de grond (sterk) kan afwijken van de diffuse bodemkwaliteit van de betreffende bodemkwaliteitszone. Veelal zijn boerenerven verhard met puin, waardoor deze in principe als verdacht dienen te worden beschouwd. Ook bij andere verdachte bedrijven kan de bodemkwaliteit afwijken van de bodemkwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart staat vermeld. Voorafgaand aan het ontgraven van de grond dient na te worden gegaan of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging of een zorgplichtgeval (voor verontreinigingen na 1987). Als dit zo is, geldt een saneringsplicht in het kader van de Wet bodembescherming. De betreffende grond (gehalten boven interventiewaarde) is dan niet geschikt voor hergebruik. De schonere delen kunnen eventueel, na keuring, alsnog worden hergebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel