Naar hoofdinhoud
De bodemfunctiekaart heeft de volgende drie doelstellingen: het aangeven van de bodemfunctie ten behoeve van het toetsen van de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie aan de functie-eis (zie paragraaf 2.5); het bepalen van de terugsaneerwaarden bij een sanering en de kwaliteitseis voor leeflagen en aanvulgrond. De bodemfunctiekaart is leidend voor het bepalen van de terugsaneerwaarden voor de bovengrond bij saneringen in het kader van de Wbb. De terugsaneerwaarden zijn gelijk aan de maximale waarden van de betreffende functieklasse; voor (uitbreiding van) werken die conform het Bouwstoffenbesluit zijn aangelegd en niet vallen onder de Vrijstellingregeling grondverzet (zoals infrastructurele werken als geluidswallen) of gebieden die niet zijn ingedeeld op een bodemkwaliteitskaart, gelden de regels uit het Besluit bodemkwaliteit en is een bodemfunctiekaart gewenst om te voorkomen dat alleen schone grond mag worden toegepast. Daarnaast kan de gemeente een aantal extra doelstellingen realiseren met de functieklassenkaart. De gemeente kan bijvoorbeeld bermen van (spoor)wegen met een hoge verkeersintensiteit de functie Industrie geven. Hiermee wordt voorkomen dat grond die uit bermen vrijkomt (mogelijk kwaliteit Industrie) niet meer in bermen kan worden toegepast omdat de kwaliteit niet aansluit op de functie. Omdat nog wel moet worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem kan geen verslechtering van de kwaliteit optreden. De wijze waarop de functiekaarten tot stand zijn gekomen, is nader beschreven in bijlage 2.1. In deze bijlage is ook ingegaan op: Omgaan met tussentijdse functiewijzigingen; De relatie van de functiekaart met het saneringsbeleid; Hoe kan worden omgegaan met barium.

Rechtspraak bij dit artikel