De gemeenten hebben ervoor gekozen slechts een beperkte bijmenging van bodemvreemd materiaal te accepteren. Bodemvreemd materiaal, de naam zegt het al, hoort niet in de bodem thuis. In Flevoland wordt bij onderzoek op onverdachte terreinen nauwelijks tot geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Dit is een kwaliteit die we willen beschermen. Ten behoeve van de handhaafbaarheid is gekozen voor een algemene norm van 5% bodemvreemd materiaal.
De zichtbare aanwezigheid van asbest wordt als zeer bedreigend ervaren, ook als de concentratie onder de wettelijke norm van 100 mg/kg ligt. Daarom mag asbesthoudend materiaal niet zichtbaar aanwezig zijn in toe te passen grond.
Grond in grootschalige toepassingen wordt minder zwaar getoetst aan chemische normen. Vandaar dat ook voor bodemvreemd materiaal een ruime norm wordt gehanteerd.
Onder wegen wordt de toegepaste grond geen bodem. Er vindt geen vermenging plaats met omliggende grond.
In zijn algemeenheid geldt dus dat in toe passen grond maximaal 5% bodemvreemd materiaal aanwezig mag zijn. Dit percentage geldt voor de massa én het volume. Hierop gelden drie uitzonderingen:
Asbesthoudend materiaal mag niet zichtbaar aanwezig zijn in toe te passen grond;
Bij toepassing van grond in een grootschalige bodemtoepassing geldt de generieke norm van 20%. Voor de voorgeschreven leeflaag geldt de norm van 5%;
Bij toepassing onder wegen mag een partij die afkomstig is van onder een andere weg binnen het beheergebied (zelfde omstandigheden) maximaal 20% bodemvreemd materiaal bevatten. Dit geldt dus niet voor de bermen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.1
Keuze percentage bodemvreemd materiaal
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad houdende regels omtrent het bodembeheer (Nota bodembeheer)