1.
De aanvrager geeft bij aanvraag aan of hij de individuele voorziening wil ontvangen in de vorm van:
een voorziening in natura;
een financiële tegemoetkoming;
een persoonsgebonden budget.
2.
Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget. In uitzonderlijke gevallen kan het college besluiten dat verstrekking van een persoonsgebonden budget plaatsvindt aan derden.
Een verstrekking voor verhuis- en inrichtingskosten vindt plaats in de vorm van een financiële tegemoetkoming.
3.
De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
4.
De noodzakelijke stukken, zoals genoemd in artikel 6 lid 5 van de Verordening, die verstrekt dienen te worden door de budgethouder bij het persoonsgebonden budget zijn bewijsstukken van de gemaakte kosten ofwel het bijhouden van een zorgvuldige administratie over de bestedingen uit het persoonsgebonden budget.
5.
Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, door het college worden ingenomen en voor herverstrekking beschikbaar worden gesteld.
6.
Niet bestede persoonsgebonden budgetgelden worden teruggestort aan de gemeente Uitgeest
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke Ondersteuning 2010