De hoogte van de vast te stellen financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 4 Woonvoorzieningen van de Verordening, wordt bepaald op de hoogte van het bedrag, zoals vermeld in de door het college akkoord bevonden offerte.
Het bedrag voor een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening, bedraagt € 2.325,18
Voor de toepassing van dit besluit wordt de meerwaarde van de woning, als bedoeld in artikel 21 van de Verordening, gelijkgesteld aan 80% van de verleende financiële tegemoetkoming.
De terugbetaling, als bedoeld in artikel 21 van de Verordening, bedraagt:
voor het eerste jaar 100 % van de meerwaarde;
voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde;
voor het derde jaar 60% van de meerwaarde;
voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde;
voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde.
Het college kan afwijken van het in het onder 5 lid 4 gestelde, indien de eigenaar/bewoner aantoont dat de meerwaarde niet kon worden gehaald bij de verkoop van de woning.
Voorafgaande aan de toepassing van het onder 5 lid 5 gestelde kan het college advies vragen.
Het in artikel 19 lid 4 van de Verordening vast te leggen bedrag is gelijk aan de kosten van de goedkoopst adequate voorziening.