Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 6.

Artikel 6.

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke Ondersteuning 2010

De hoogte van de vast te stellen financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 4 Woonvoorzieningen van de Verordening, wordt bepaald op de hoogte van het bedrag, zoals vermeld in de door het college akkoord bevonden offerte. Het bedrag voor een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening, bedraagt € 2.325,18 Voor de toepassing van dit besluit wordt de meerwaarde van de woning, als bedoeld in artikel 21 van de Verordening, gelijkgesteld aan 80% van de verleende financiële tegemoetkoming. De terugbetaling, als bedoeld in artikel 21 van de Verordening, bedraagt: voor het eerste jaar 100 % van de meerwaarde; voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde; voor het derde jaar 60% van de meerwaarde; voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde; voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde. Het college kan afwijken van het in het onder 5 lid 4 gestelde, indien de eigenaar/bewoner aantoont dat de meerwaarde niet kon worden gehaald bij de verkoop van de woning. Voorafgaande aan de toepassing van het onder 5 lid 5 gestelde kan het college advies vragen. Het in artikel 19 lid 4 van de Verordening vast te leggen bedrag is gelijk aan de kosten van de goedkoopst adequate voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel