De aanvrager heeft geen recht op een voorziening als bedoeld in
artikel 10 van de verordening indien hij eigenaar is van de aan te
passen woning en het in de woning gebonden vermogen hoger is dan 1,5
maal de vermogensdrempel zoals genoemd in artikel 34 lid 2 onderdeel
d van de Wet werk en bijstand (Wwb).
Het in de woning gebonden vermogen bedoeld in lid 1 (ook wel
overwaarde genoemd) is gelijk aan de waarde van de woning in het
economisch verkeer bij vrije verkoop, minus de openstaande hoofdsom
van de geldlening in verband met op de woning gevestigde recht van
hypotheek.
Het bepaalde in lid 1 blijft buiten toepassing indien :
de totale kosten van de noodzakelijk geachte
woningaanpassing in lid 1 niet hoger is dan €
10.000,00.
de aanvrager blijkens de schriftelijke afwijzing van een
tweetal erkende kredietverstrekkers niet in staat is middels
het geven van een recht van hypotheek het vermogen als
bedoeld in lid 2 te gelde te maken tot tenminste het bedrag
dat nodig is om de woonvoorziening te realiseren.
Artikel 10
Eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013