**1..** Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt per maand voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend. De toelage is per jaar driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
**2..** Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van maximaal het bedrag genoemd in dat artikellid.
**3..** Indien een raadslid dat lid wordt c.q. is van een commissie als bedoeld in het eerste en tweede lid, gedurende de looptijd van een maand zijn werkzaamheden begint, beëindigt of vanwege het opheffen van de commissie moet beëindigen, wordt de vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid uitbetaald naar rato van het aantal dagen dat het lidmaatschap in die maand heeft geduurd.
Artikel 2.