**1..** Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen als bedoeld in artikel 4:8 van de Awb.
**2..** Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, of
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid, of
belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.
**3..** Indien een belanghebbende niet reageert op het aanbod zijn zienswijze naar voren te brengen, wordt de beslissing genomen op basis van de bekende feiten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 3