Naar hoofdinhoud
In het kostenoverzicht maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten, die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en doorgaans worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten, die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen. Om tot een kostendekkend tarief te komen hebben we een financiële doorrekening van de rioolheffing over 90 jaar gemaakt. Hierbij zijn we ervanuit gegaan dat we ons huidige beleid blijven hanteren, namelijk het activeren van investeringen. Rente en inflatie De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 2%. Er vindt per jaar 2% indexatie plaats van de uitgaven (als gevolg van inflatie). BTW en overheadkosten Jaarlijks belasten we aan de rioolheffing een vast bedrag van € 1,22 miljoen door aan compensabele BTW. Voor de overhead is uitgegaan van het percentage zoals opgenomen in de paragraaf lokale lasten in de begroting 2019 ( 62,81% op het kale uurtarief). Voor 2019 is een bedrag voor overhead opgenomen van € 832.506. Toerekening van kosten Met de rioolheffing kunnen we als gemeente de kosten verrekenen die we maken om invulling te geven aan de zorgplicht riolering. Kosten mogen alleen via de rioolheffing worden verrekend als de te bekostigen activiteiten de rioleringszorg dienen. In geval van activiteiten die meerdere doelen dienen moeten we deze toedelen aan de verschillende doelen. Zie hiervoor bijlage G. Investeringen We activeren vervangingsinvesteringen en hanteren hierbij voor alle type assets een afschrijvingstermijn van 30 jaar; De afschrijving start op het moment dat de kosten worden gerealiseerd. Dan worden ook meteen de bijbehorende kapitaallasten geboekt. Voorzieningen Het startsaldo van de bestemmingsreserve riolering bedraagt per 1 januari 2018 € 0,-. Heffingseenheden Bij de financiële doorrekening hebben we gerekend met een fictief aantal heffingseenheden van 84.688 (per 1 januari 2018). Alle bedrijven zijn toegerekend naar huishoudens. Om de begrote inkomsten op een juiste manier aan te sluiten bij de gemeentelijke begroting 2019 wordt dit aantal per 1/1/2019 eenmalig met 1382 eenheden opgehoogd. De eerste 10 jaar van de beschouwde periode (2018 t/m 2030) stijgt dit aantal met 294 eenheden per jaar (50% van Structuurvisie Breda 2013-2030) tot een maximum van 89.893 eenheden vanaf 2031. Rioolheffing De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid bedraagt in 2018 € 212,76. De rioolheffing stijgt in de aankomende planperiode met 2,0% per jaar (inclusief indexatie) De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen of tariefegalisatie, door dotaties aan een (spaar)voorziening, is toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de gemeentelijke watertaken. Het kwijtscheldingspercentage bedraagt 7,94% voor het jaar 2019 en is als vast percentage van de bruto inkomsten aangenomen voor de komende planperiode. Het uitgavenpatroon (zie bijlage H) in combinatie met het boekwaardeverloop (zie bijlage H) leidt tot het lastenpatroon zoals weergegeven in onderstaande figuur. Verwacht lastenpatroon gemeente Breda periode 2019 t/m 2107 (prijspeil 2018) De benodigde inkomsten zijn in onderstaande afbeelding vertaald naar het benodigde tarief van de rioolheffing. Hierbij gaat het om de gemiddelde rioolheffing op basis van prijspeil 2018. Verwacht heffingsverloop gemeente Breda periode 2019 t/m 2107 (inclusief indexatie van 2%) In de aankomende planperiode is een tariefsverhoging van 2% per jaar vastgesteld van € 217,08 in 2019 tot € 235,- in 2023. Deze tariefsverhoging houdt verband met de indexatie. Eventuele toekomstige prijsstijgingen ten opzichte van de nu gehanteerde bedragen in deze jaren dienen dus binnen deze bandbreedte te vallen. Na de planperiode is een sterkere tariefstijging nodig (2x 4,8% en 17x 2,3%) om de stijgende lasten te volgen en een negatieve stand van de voorziening riolering te voorkomen. Hierna bereiken de jaarlijkse lasten en inkomsten een stabiel evenwicht. De nominale rioolheffing vanaf 2042 is dan € 383,-. In onderstaande tabel is het benodigde tariefverloop voor de aankomende planjaren uiteengezet: Gepland heffingsverloop gemeente Breda periode 2019 t/m 2023 (inclusief indexatie van 2%) Jaar Benodigde bruto inkomsten uit rioolheffing, Aantal (equivalente) heffingseenheden Gemiddeld tarief per (equivalente) heffingseenheid 2018 € 18 018 000 84 688 € 213,- 2019 € 18 742 000 (+4,0%) 86 364 (+2,0%) € 217,- (+2,0%) 2020 € 19 182 000 (+2,3%) 86 658 (+0,3%) € 221,- (+2,0%) 2021 € 19 632 000 (+2,3%) 86 952 (+0,3%) € 226,- (+2,0%) 2022 € 20 093 000 (+2,3%) 87 246 (+0,3%) € 230,- (+2,0%) 2023 € 20 564 000 (+2,3%) 87 540 (+0,3%) € 235,- (+2,0%) Gemiddeld investeren we jaarlijks ca. € 14,5 miljoen aan rioolverbetering € 3 miljoen aan klimaatadaptatie. Door meer te sturen op het totaal benodigd investeringsbudget over een periode van vijf jaar in plaats van jaarlijkse investeringsvolumen ontstaat meer flexibiliteit en kan effectiever worden ingespeeld op het meebewegen in de openbare ruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel