Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Ondersteuningsbehoeften

Onderdeel van Beleidsregels begeleiding: ondersteuningsbehoeften Wmo 2015

De ondersteuning kan zowel individueel, in groepsverband, of in een combinatie van beide worden geboden. Ondersteuning individueel wordt over het algemeen individueel ingevuld en richt zich vooral op ondersteuning bij de uitvoering van de dagelijkse handelingen en vaardigheden. 1Dagelijkse handelingen en vaardigheden zijn de dagelijks terugkerende basishandelingen die iemand moet doen om zelfstandig te kunnen blijven leven op een binnen de maatschappij fatsoenlijk geacht niveau. Hieronder vallen ook handelingen als financiën/administratie, huishoudelijk werk, boodschappen doen, enzovoort. Bij ondersteuning groep wordt de ondersteuning groepsgewijze uitgevoerd. Bij de ondersteuning die hiervoor wordt ingezet, staat het te bereiken resultaat voor de inwoner centraal. De toegangsmedewerker bepaalt (op basis van onderzoek en afstemming met de inwoner) welke resultaten behaald moeten worden. Op basis van de beoogde resultaten bepaalt de toegangsmedewerker welke (combinatie van) ondersteuningsbehoeften, niveaus en modules worden ingezet. Vervolgens bepaalt de toegangsmedewerker het aantal in te zetten minuten of dagdelen voor de duur van de zorg inzet. Dit leidt tot een maximaal aantal minuten of dagdelen welke de aanbieder van de ondersteuning beschikbaar heeft/kan gebruiken om het resultaat te bereiken. Deze gegevens worden vastgelegd in het afsprakenoverzicht. Dit is een formulier wat overzichtelijk weergeeft welke afspraken gemeenten en aanbieders met elkaar gemaakt hebben. Als dezelfde resultaten kunnen worden behaald en als de geboden ondersteuning een adequate oplossing is voor de inwoner, is ondersteuning in groepsverband voorliggend op individuele ondersteuning. De ondersteuning in groepsverband is dan de goedkoopst passende voorziening in de zin van artikel 2.11, eerste lid van de Wmo 2015. Reisafstand ondersteuningsbehoefte groep Het uitgangspunt bij de inzet van ondersteuning in groepsverband is dat deze bij een gelijkwaardig passend aanbod door de dichtstbijzijnde zorgaanbieder wordt verleend. Hiermee wordt de reistijd van de inwoner zoveel mogelijk beperkt. Wat betreft het vervoer van en naar de ondersteuning in groepsverband, is het uitgangspunt dat de cliënt zelf (bijv. met eigen fiets of auto, of met openbaar vervoer), of met hulp van de omgeving zoveel als mogelijk zorgt voor het vervoer. Als de cliënt beschikt over en gebruik kan maken van een eigen vervoermiddel en de afstand naar de dichtstbijzijnde dagbesteding is kleiner of gelijk aan vijf kilometer, dan komt de cliënt in principe niet in aanmerking voor een vervoersindicatie. Wanneer de cliënt niet beschikt over een eigen vervoermiddel of het gebruik van het eigen vervoermiddel in zijn geval voor dat doel niet geschikt is, kan een maatwerkvoorziening vervoer worden toegekend 2Zie artikel 4.1, derde lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019. . De gemeente vergoedt in dat geval de vervoerskosten naar de dichtstbijzijnde adequate zorgaanbieder 3 Zie artikel 8.1, tweede lid, aanhef en onder a, inclusief toelichting, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019. . Evaluatie te bereiken resultaten De zorgaanbieder bepaalt hoe de resultaten bereikt worden, dit wordt voor de start van de zorg vastgelegd in het afsprakenoverzicht. De toegangsmedewerker bepaalt wanneer en hoeveel evaluatiemomenten noodzakelijk zijn en legt dit vast in het afsprakenoverzicht. Tijdens en na de zorginzet is de zorgaanbieder verantwoordelijk voor het behalen van de resultaten. De zorgaanbieder meldt tijdig aan de toegangsmedewerker als de resultaten niet behaald gaan worden. De toegangsmedewerker kan dan besluiten tot een tussentijds evaluatiemoment waarin nader onderzoek plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel