Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
Het is verboden op bruggen te klimmen en/of hiervan af te springen in openbaar water.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid genoemde verbod.
Deze verboden gelden niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale vaarwegenverordening.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:30
Veiligheid op het water
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEERTRUIDENBERG 2019