**1..** De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal contractueel afgenomen uren voorschoolse educatie en de gefactureerde ouderbijdragen.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de Algemene subsidieverordening Neder-Betuwe 2019 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een overzicht van het aantal bezette peuterplaatsen, waarbij gespecificeerd wordt:
het aantal kinderen inclusief contractueel afgenomen uren zonder een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
het aantal kinderen inclusief contractueel afgenomen uren met een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag.
**3..** Voor het te overleggen overzicht genoemd in lid 2, kan verwezen worden naar de Peutermonitor.
**4..** De houder beschikt over onderliggende gegevens en overlegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rapport van de accountant waarin per categorie zoals benoemd in artikel 9 lid 2a en 2b van 10% van het totale aantal met een minimum van 5 per categorie de volgende gegevens gecontroleerd zijn:
een gedagtekende overeenkomst tussen de houder van het geregistreerde kindercentrum en de ouder van het kind;
het in de overeenkomst opgenomen aantal uren voorschoolse educatie;
van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage;
van peuters met een VVE-indicatie een indicatieformulier van het consultatiebureau.
**5..** De gegevens genoemd in lid 4 moeten minimaal één kalenderjaar na het jaar waarover verantwoording is afgelegd door de houder bewaard blijven.
Artikel 9