Als door toepassing van artikel 4, vierde tot en met zesde lid, na afloop van de aflossingsperiode van 10 jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met 1/5 deel van de wettelijke rente.
Als belanghebbende de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
Als belanghebbende geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.
Artikel 5.
Rente geldlening
Onderdeel van Beleidsregels bijstand onder verband van hypotheek en/of verpanding Participatiewet Meierijstad 2019