Naar hoofdinhoud
Bemiddeling [art. 2.6.1 lid 3a, 2.6.3 lid 2 en 2.6.3e] B&W kunnen via bemiddeling woningen toewijzen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij uitstroom uit maat-schappelijke opvang/zorginstelling, de huisvesting van statushouders, huisvesting op grond van het beheerdersbelang, huisvesting van woningzoekenden met een volkshuisvestelijke urgentie, de door-schuifregeling en bij doorstroming van niet passend wonende ouderen. Bij de in de aanhef van dit artikel genoemde categorieën woningzoekenden hebben de corporaties de keuze tussen bemiddeling of verdeling via de website van WoningNet. Of een woningzoekende zich wil laten bemiddelen of door gebruikmaking van een urgentieverklaring zelf wil reageren op woningen is afhankelijk van de speci-fieke situatie en de voorkeuren van de betreffende woningzoekende. Hoewel wisselwerking tussen de gemeente, corporatie en woningzoekende hier het uitgangspunt is, hebben de gemeente en corpora-tie wel de mogelijkheid om volkshuisvestelijke en/of sociale motieven te laten meewegen bij de keuze of woningtoewijzing wel of niet door middel van bemiddeling zal plaatsvinden. B&W kunnen vanwege het beheerdersbelang stimuleren dat wordt overgegaan tot het verplaatsen van een overlast gevend huishouden naar andere passende woonruimte. Omgekeerd is het ook mogelijk dat B&W vanuit preventief oogpunt overgaat tot het plaatsen van een stabiel huishouden met overwicht in een kwetsbare onrustige buurt. Bij structurele betalingsproblemen kunnen B&W op verzoek van een corporatie in het kader van tweede kans beleid vanuit preventief oogpunt eenmalig een goedkope woning aanbieden aan de huurder om hiermee huisuitzetting te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel