Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden aangifte briefadres

Onderdeel van Beleidsregels briefadres Peel en Maas

De aangifte wordt (desgevraagd persoonlijk) gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. Bij een aangifte van een briefadres is het verplicht alle benodigde stukken te overhandigen. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een volledig ingevuld en ondertekend Aanvraagformulier briefadres; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de briefadreshouder; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de briefadresgever; een door de briefadresgever ondertekende Verklaring toestemming briefadresgever; een schriftelijke verklaring van een medewerker van een erkende hulpverlenende organisatie, waaruit blijkt dat er een begeleidingsplan is opgesteld ten behoeve van de briefadresaanvrager als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1 sub a en g; een huur- of koopcontract van de nieuwe woning en/of een leveringsakte, waaruit blijkt dat er sprake is van een korte overbrugging (maximaal 8 maanden) tussen twee woonadressen, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1 sub b. stukken waaruit blijkt dat betrokkene een ambulant beroep uitoefent als een briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1 sub d. Wanneer het na het overhandigen van de stukken zoals bepaald in het derde lid niet mogelijk is om de aangifte van het briefadres afdoende te kunnen beoordelen, kunnen nadere benodigde stukken worden vereist. Als één of meer stukken ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen twee weken het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen. Indien de aangifte niet binnen twee weken na aangifte aangevuld wordt of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, kan de aangifte buiten behandeling gesteld worden. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. Lid 7 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel