Bij de aangifte wordt een vermoedelijke termijn aangegeven voor het gebruik van het briefadres.
In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1 sub a, c, d en g wordt een briefadres verleend voor de volgende periode dat;
sub a en g: dat betrokkene een zwervend bestaan heeft;
sub c: betrokkene verblijft in een voertuig zonder vaste stand- of ligplaats in Nederland;
sub d: dat betrokkene een ambulant beroep uitoefent zonder vaste woonplaats.
In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, sub b, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal 8 maanden. Deze termijn kan met maximaal drie maanden worden verlengd.
In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, sub e mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal 8 maanden, de periode dat aangever maximaal buiten Nederland mag verblijven.
In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1 sub f mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal 2 jaar, de periode dat de aangever buiten Nederland mag verblijven.
Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen.
In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 4 mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.
De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 5.
Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het vijfde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.