Bij de rangschikking van de aanvragen voor subsidie in het kader van onderwijsachterstandenbeleid zoals bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 19, geven burgemeester en wethouders voorrang op volgorde van onderstaande prioritering:
Duurzame taalimpuls in de voor- en vroegschoolse periode aldus artikel 19, lid 3 onder a;
Stedelijke kopklasvoorziening aldus artikel 19, lid 3 onder b;
Activiteiten ter aanvulling of versterking van het onderwijsachterstandenbeleid van basisscholen (in de vroegschoolse periode) aldus artikel 19, lid 3 onder c;
Activiteiten die passen binnen de uitkomsten van de kwaliteitsdialoog en ontwikkelagenda;
Overige aanvragen.
Hoofdstuk 3
Artikel 21