**1..** De beoordeling van de aanvragen geschiedt op basis van het aantal voertuigen (binnen het gestelde maximum van 350) dat een aanvrager wil exploiteren en de volgende door de aanvrager bij de aanvraag aan te leveren plannen en beschrijvingen, waarbij geldt dat ieder(e) plan of beschrijving maximaal 2 A4 mag beslaan en op enigerlei wijze van schrijfbeveiliging dient te zijn voorzien:
een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd en hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling;
een beschrijving van de nauwkeurigheid waarmee voertuigen zijn te traceren;
een onderhoudsplan, waarin ten minste is beschreven hoe vaak deelvoertuigen minimaal onderhouden worden, hoe de voertuigen geïnspecteerd worden op gebreken, hoe snel kapotte deelvoertuigen van straat gehaald worden en hoe snel deelvoertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden;
een herverdelingsplan, waarin ten minste is beschreven welke maatregelen de aanbieder neemt om te voorkomen dat deelvoertuigen te veel clusteren;
Beschrijving van de mate waarin (data)standaarden worden toegepast die interoperabiliteit bevorderen;
een beschrijving van de samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders;
een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager de veiligheid van de gebruiker bevordert, waaronder het gebruiken van een helm;
een benuttingsplan, waarin ten minste is beschreven in welke gebieden binnen de stad de deelvoertuigen in elk geval zullen worden aangeboden, welke maatregelen worden genomen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten, en waarin wordt ingegaan op communicatie en marketing en (andere) effectieve maatregelen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten;
een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager waarborgt dat het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens en data voldoet aan geldende wet- en regelgeving.
**2..** De puntentoekenning aan bovengenoemde plannen en beschrijvingen in het kader van de vergelijkende toets, is hierna omschreven. Indien een plan of beschrijving voldoet aan hetgeen in de middelste kolom is weergegeven, wordt het in de rechterkolom genoemde aantal punten toegekend.
2.1Klachtenplan (maximaal 100 punten)
2.1.a
Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Nederlandse taal.
20
2.1.b
Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Engelse taal.
5
2.1.c
De aanvrager beschrijft de wijze waarop binnenkomende klachten en de afhandeling daarvan worden geregistreerd , waarin per type klacht het aantal klachten (anoniem) wordt weergegeven.
10
2.1.d
De aanvrager rapporteert periodiek in de periodieke halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 aan de gemeente per type klacht het aantal klachten (anoniem), inclusief afhandelingstijd en wijze van afhandeling.
15
2.1.e
95% van de klachten wordt binnen 12 uur afgehandeld, 3% binnen 24 uur, 1% binnen 36 uur en de overige 1% binnen 48 uur(ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener.
Type en aantallen klachten worden (anoniem) meegenomen in de periodieke halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 aan de gemeente inclusief afhandelingstijd en wijze van afhandeling.
15
2.1.f
95% van de klachten wordt binnen 24 uur afgehandeld, 3% binnen 36 uur, 1% binnen 48 uur en de overige 1% binnen 72 uur (ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener.
Type en aantallen klachten worden (anoniem) meegenomen in de periodieke halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 aan de gemeente inclusief afhandelingstijd en wijze van afhandeling.
35
2.2Aantal voertuigen (maximaal 70 punten)
De te verlenen vergunningen betreffen ieder maximaal 350 voertuigen. De aanvrager kan meer punten verdienen naarmate het aantal voertuigen waarvoor hij vergunning aanvraagt dit maximum meer benadert.
2.2.a
De aanvrager wil tussen de 0 en 150 voertuigen exploiteren
10
2.2.b
De aanvrager wil tussen de 150 en 250 voertuigen exploiteren
20
2.2.c
De aanvrager wil tussen de 250 en 350 voertuigen exploiteren
70
2.3Onderhoudsplan (maximaal 100 punten)
De maatregelen die aanvrager neemt om kapotte voertuigen sneller van straat te halen en/of om te voorkomen dat de voertuigen kapot gaan, worden als volgt beoordeeld
Hoe vaak deelvoertuigen minimaal onderhouden worden.
Hoe de vloot geïnspecteerd wordt op gebreken.
Hoe snel kapotte deelvoertuigen van straat gehaald worden (vgl. ook onderdeel d).
Hoe snel deelvoertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden
2.3.a
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan bromfietsen zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 12 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde of ter plaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd.
15
2.3.b
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan bromfietsen zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 24 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde of ter plaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd.
20
2.3.c
De aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde en gerepareerde deelvoertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald/gerepareerd.
10
2.3.d
De aanvrager controleert de deelvoertuigen preventief op gebreken en geeft aan op welke gebreken en hoe vaak deelvoertuigen preventief worden gecontroleerd en hoe – indien van toepassing - deze voertuigen van straat worden gehaald voor de controles.
15
2.3.e
De aanvrager gebruikt alleen emissievrije voertuigen om deelvoertuigen, die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan bromfietsen zijn gesteld of anderszins defect of onbruikbaar zijn, van straat te halen en controles/reparaties ter plaatse uit te voeren .
10
2.3.f
De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de bestuurder van het deelvoertuig te allen tijde kan zien wat de status van de accu is.
5
2.3.g
De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de hij op afstand kan zien of er een defect is en geeft aan om welke defecten het gaat
5
2.3.h
De aanvrager voorkomt dat voertuigen met (bijna) lege accu’s op straat staan en heeft bij de aanvraag beschreven hoe hij dat doet. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met minder dan 10% accu capaciteit.
10
2.3.i
De aanvrager of diens opdrachtnemer gebruikt bij de vervanging van (bijna) lege accu’s alleen emissievrije voertuigen of vervangt de accu’s op een ander wijze waarbij geen emissie in Amsterdam plaatsvindt. De aanvrager heeft in de aanvraag beschreven aan hoe dit gebeurt. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met minder dan 10% accu capaciteit.
10
2.4Traceerbaarheid (maximaal 15 punten)
2.4.a
De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van maximaal 20 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.
15
2.4.b
De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 20 en 40 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.
10
2.4.c
De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig real time met de nauwkeurigheid van tussen de 40 en 60 meter traceerbaar is en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.
5
2.5Herverdelingsplan (maximaal 90 punten)
2.5.a
De aanvrager neemt maatregelen om de deelvoertuigen te herverdelen wanneer deelvoertuigen te veel clusteren op een locatie of deze langer dan twee dagen stil hebben gestaan, en heeft deze maatregelen beschreven in de aanvraag. Hierbij worden de stations en OV locaties buiten de ring meegenomen. Bij het bepalen of deelvoertuigen te veel clusteren worden in ieder meegenomen de klachten die hierover zijn binnengekomen bij de gemeente en/of de aanvrager.
30
2.5.b
Aanvrager neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat voertuigen (in het kader van herverdeling) worden geplaatst bij de volgende stations en P+R-locaties: station Bijlmer, station Sloterdijk, station Lelylaan, station Noord, P+R Zeeburgereiland. Per locatie waar aanvrager deze maatregelen neemt worden 10 punten toegekend.
Max. 50
2.5.c
De aanvrager zorgt ervoor dat de deelvoertuigen worden herverdeeld met een emissievrij voertuig of op een andere wijze waarbij geen emissie in Amsterdam plaatsvindt en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven hoe hij dat doet.
10
2.6Interoperabiliteit en Maas (maximaal 65 punten)
2.6.a
De aanvrager heeft in zijn aanvraag beschreven op welke wijze hij meedoet aan de platforms die MaaS ondersteunen en op welke wijze hij de standaarden die zijn beschreven in de publicatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie 1.0) van 16 mei 2019, met de titel ‘Blueprint for an API’, gepubliceerd op www.dutchmobilityinnovations.com, gebruikt en/of gaat gebruiken.
De aanvrager(s) die naar het oordeel van de commissie het verst is (zijn) met de wijze waarop hij de standaarden uit de “Bleuprint for an API” gebruikt, krijgt 30 punten, de aanvrager(s) die het één na verst is (zijn) krijgt 20 punten en de aanvrager die daarna het verst is krijgt 10 punten. De andere aanvragers krijgen geen punten voor dit onderdeel.
Max 30
2.6.b
De aanvrager heeft in zijn aanvraag beschreven dat hij bereid is om in samenwerking met de gemeente innovaties en technologie te ontwikkelen en op welke wijze hij dat wil doen ten behoeve van de volgende onderwerpen:
leefbaarheid,
luchtkwaliteit,
veiligheid op de weg,
verkeersmanagement, en
ontwikkeling van sturing op data en platformstrategie.
Voor elk onderwerp worden 5 punten toegekend als de de beschreven innovatie naar het oordeel van de commissie bijdraagt aan het onderwerp. Als de aanvrager één of meer eigen onderwerpen toevoegt die bijdragen aan de doelstellingen van MaaS, zoals die zijn beschreven in het Programma Smart Mobility 2019-2025, gepubliceerd op https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/innovatie/smart-mobility/ , wordt per onderwerp 5 punten toegekend met een maximum van 10 punten.
Max 35
2.7De samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders wordt als volgt beoordeeld: (maximaal 40 punten)
2.7.a
De aanvrager beschrijft zijn visie en intentie op de samenwerking met toekomstige MaaS dataplatformen en andere dataplatform aanbieders. Hierbij dient zij eigenaarschap, techniek en data uitwisseling toe te lichten.
10
2.7.b
Aanbieder levert concrete voorbeelden van contact en/of projecten aan waarmee samenwerking werd gezocht binnen het mobiliteitsecosysteem.
10
2.7.c
Aanbieder beschrijft de intentie om samen te werken met toekomstige MaaS dataplatformen of andere dataplatform aanbieders.
10
2.7.d
Aanbieder is bereid samen te werken met andere mobiliteitsaanbieders, waaronder in elk geval NS, GVB en Connexxion
10
2.8Veiligheid van de gebruiker: (maximaal 80 punten)
2.8.a
Bij elk deelvoertuig is een gratis valhelm beschikbaar die voldoet aan de wettelijke eisen en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de valhelm beschikbaar is.
55
2.8.b
De gebruiksaanwijzing van de bromfiets en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Nederlandse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn.
15
2.8.c
De gebruiksaanwijzing van de bromfiets en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Engelse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn.
10
2.9Benuttingsplan (maximaal 100 punten)
2.9.a
Aanvrager geeft aan welke maatregelen worden genomen om het gebruik van de deelvoertuigen te vergroten. Hierbij wordt in ieder geval ingegaan op:
- Communicatie en marketing
- Effectieve maatregelen om gebruik van de deelvoertuigen te vergroten.
20
2.9.b
Het deelvoertuig heeft een voorziening (bijvoorbeeld op een bedieningspaneel of dashboard) waarmee zichtbaar is of het deelvoertuig voor gebruik beschikbaar is, zonder dat daarvoor een app of website hoeft te worden geraadpleegd.
10
2.9.c
De aanvrager maakt gebruik van technologische mogelijkheden om te voorkomen dat deelvoertuigen worden aangeboden of geparkeerd op die plekken die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden of worden geparkeerd en beschrijft deze, waarbij onder meer wordt ingegaan op de nauwkeurigheid van deze technologische mogelijkheden.
50
2.9.d
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen te allen tijde in de gehele stad kunnen worden aanboden, behalve op de wegen en weggedeeltes en in de gebieden die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden.
20
2.10Data en persoonsgegevens (maximaal 60 punten)
2.10.a
De aanvrager heeft een privacyverklaring in het Engels
10
2.10.b
De aanvrager beschrijft hoe hij invulling geeft aan ten minste drie van de pijlers in het Tada-manifest
10
2.10.c
De aanvrager beschrijft hoe hij invulling geeft aan alle pijlers in het Tada-manifest
15
2.10.d
De aanvrager geeft de gemeente toestemming om te allen tijde een audit te doen naar de mate waarin de verwerking van data en persoonsgegevens in overeenstemming is met de op dit punt geldende wet- en regelgeving.
10
2.10.e
De aanvrager is bereid de gebruikers van de voertuigen toestemming te vragen om hun gegevens in geanonimiseerde vorm aan de gemeente te verstrekken ten behoeve van monitorings- en evaluatiedoeleinden.
15
**3..** De in dit artikel bedoelde beoordeling geschiedt door een beoordelingscommissie die bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie door of namens het college aangewezen personen van wie er één als voorzitter wordt aangewezen.
**4..** De beoordelingscommissie komt tot haar oordeel door de aanvragen in een vergadering te beoordelen, waarbij gezocht wordt naar een gezamenlijk oordeel over het toe te kennen aantal punten. Komt de commissie niet tot een gezamenlijk oordeel dan beslist de voorzitter op basis van de beraadslaging over het toe te kennen aantal punten.
**5..** De commissie maakt een proces-verbaal van de puntentoekenning waarin het toegekende aantal punten per onderdeel per aanvraag wordt opgenomen, alsmede een motivering van de puntentoekenning.
**6..** In de beslissing op de aanvraag ontvangt iedere aanvrager informatie over het aan hem toegekende aantal punten op de verschillende onderdelen, een motivering van het toegekende aantal punten, het totaal aantal punten van de aanvragers aan wie vergunning wordt verleend en een beschrijving van de kenmerkende voordelen van de twee aanvragen die als beste zijn beoordeeld. De inschrijvers die een vergunning krijgen moeten er rekening mee houden dat hun inschrijvingen openbaar worden gemaakt, nu grote delen daarvan onderdeel gaan uitmaken van hun vergunning.
Hoofdstuk › Paragraaf 2
Artikel 2.10