1. Een aanvraag voor een vergunning wordt geweigerd indien:
de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen voertuigen bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden:
de aanvrager is een rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel;
de aanvrager is geen moeder-, dochter-, of zusteronderneming van of op een andere wijze verweven met een andere onderneming die voor dezelfde periode voor dezelfde deelvoertuigcategorie een vergunning heeft aangevraagd;
uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft;
de aanvrager heeft een privacyverklaring in de Nederlandse taal, hij overlegt een uittreksel van voorgenomen verwerkingen in het register van de Algemene Verordening Gegevensverwerking en, indien hij daarover beschikt, een kopie van de bewerkersovereenkomst en hij staat toe dat de gegevens die aan de gemeente worden geleverd gedurende de looptijd van de vergunning conform het vastgestelde beleid, gebruikt mogen worden door de gemeente voor monitorings- en evaluatiedoeleinden en dat deze gegevens geanonimiseerd bekend gemaakt mogen worden;
de aanvrager heeft één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met vrijdag van 9:00 uur tot 17:00 uur (feestdagen uitgezonderd) en dat in staat is om ter stond te reageren;
de voertuigen waarvoor vergunning wordt gevraagd voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet;
de aandrijving van de voertuigen veroorzaakt geen schadelijke stoffen;
de aanvraag gaat vergezeld van een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd en hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling;
de aanvrager is in staat om elk voertuig op elk moment te traceren;
de aanvrager heeft een onderhoudsplan voor de voertuigen, waarin in ieder geval staat hoe vaak voertuigen minimaal onderhouden worden, hoe de vloot wordt geïnspecteerd op gebreken, hoe snel kapotte voertuigen van straat gehaald worden en hoe snel voertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden;
de aanvraag gaat vergezeld van een plan waarin aanvrager uiteenzet hoe hij zorgt voor een gecontroleerde introductie bij de start van zijn vergunde activiteiten, waarin in ieder geval staat beschreven waar, hoe en hoeveel, voertuigen bij de start geplaatst worden en welke acties worden ondernomen als er klachten komen na de introductie;
de aanvrager is in staat binnen drie maanden na de ingangsdatum van de vergunning ten minste de helft en binnen zes maanden na de ingangsdatum van de vergunning het volledige aantal van de aan hem vergunde voertuigen te exploiteren;
de aanvraag gaat vergezeld van een herverdelingsplan met maatregelen die de aanvrager neemt om ervoor te zorgen dat voertuigen te veel clusteren;
de voertuigen bevatten uitsluitend reclame voor de eigen onderneming van de aanvrager;
de aanvraag gaat vergezeld van een plan tot samenwerking met andere, reeds in Amsterdam en in de regio actieve, mobiliteitsaanbieders;
de aanvraag gaat vergezeld van een plan waarmee hij de veiligheid van de gebruiker bevordert, waaronder het gebruik van een helm;
de voertuigen hebben een maximale lengte van 2,00 meter, een maximale breedte van 0,74 meter en een maximale hoogte van 1,14 meter;
de aanvraag gaat vergezeld van een benuttingsplan waarin de aanvrager in elk geval beschrijft in welke gebieden in de stad hij de deelvoertuigen in elk geval zal aanbieden, welke maatregelen worden genomen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten, en waarin wordt ingegaan op aspecten van communicatie en marketing;
de aanvraag betreft maximaal 350 voertuigen;
de aanvrager is in staat om twee maal per jaar, op 15 juli en op 15 januari, een rapportage met de volgende gegevens aan de gemeente te leveren met betrekking tot de zes daaraan voorafgaande kalendermaanden:
gemiddeld aantal keer dat een deelvoertuig per dag is gebruikt;
gebruik per OIS-buurt (conform https://maps.amsterdam.nl/gebiedsindeling/);
gebruik (inclusief tijdstip in– en uitcheck) per station van de Nederlandse Spoorwegen en Park&Ride-terrein, binnen een straal van 150 meter;
gemiddeld aantal kilometers per rit;
pieken en dalen in het gebruik (weekenddagen versus werkdagen, spitstijden versus niet spitstijden, 7-19 uur versus 19 -7 uur);
het aantal unieke gebruikers;
type gebruikers (percentage klanten inwoner van Amsterdam en percentage bezoeker);
gemiddelde parkeertijd – gedurende welke het voertuig ter gebruik wordt aangeboden - per voertuig per buurt.
de aanvrager is bereid om mee te werken aan het platform dat de gemeente ontwikkelt, en daarvoor een real-time GPS-trace aan de voertuigen te koppelen waarbij de aanvrager gebruik maakt van de door het college voorgeschreven standaarden die zoveel mogelijk overeenkomen met landelijke standaarden (zoals bijvoorbeeld gehanteerd in het kader van de MaaS-pilots) en waarbij de GPS-trace – die in voertuig of app kan zitten - informatie geeft over de locatie met een interval tijd van 15-30 seconden met een nauwkeurigheid van maximaal 60 meter en idealiter maximaal 20 meter. Per trace is de volgende informatie te lezen:
de start- en eindlocatie van de rit (waarbij minimaal een locatie binnen Amsterdam ligt);
de duur van de rit;
het tijdens de rit afgelegde aantal kilometers;
het aantal onderbrekingen van de rit en de locaties van de onderbrekingen;
de duur en de locaties van het opladen van de accu’s.
de aanvrager verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de wet- en regelgeving en geeft een beschrijving van de manier waarop hij de wet- en regelgeving op het gebied van dataverwerking en privacy uitvoert;
de aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving waarin de aanvrager antwoord geeft op de vraag of vergunde ‘Amsterdamse’ voertuigen ook buiten Amsterdam kunnen worden aangeboden en of voertuigen die normaliter buiten Amsterdam worden aangeboden ook binnen Amsterdam kunnen worden aangeboden. Indien deze vraag met ja wordt beantwoord beschrijft de aanvrager welke maatregelen hij neemt om te voorkomen dat het aantal door de aanvrager in Amsterdam aanwezige voertuigen op enig moment boven het vergunde aantal voertuigen uitkomt.
Hoofdstuk › Paragraaf 2
Artikel 2.8