De ondernemer die bij zijn horecagelegenheid een terras voert heeft met twee zaken rekening te houden.
Voor het exploiteren van zijn horecabedrijf heeft hij een horecaexploitatievergunning nodig (op grond van artikel 2:28 APV). Deze vergunning kan ook voorschriften bevatten voor het terras, bijvoorbeeld over de omvang van het terras, de veiligheid op het terras en ten behoeve van de directe woon- en leefomgeving van het terras. Dit beleid bevat hiervoor regels en geeft aan welke criteria worden gehanteerd bij het beoordelen van een vergunningaanvraag.
Wanneer het terras is gelegen in de openbare ruimte kan het zijn dat een tweede vergunning nodig is (op grond van artikel 2:10 APV). De openbare ruimte, ook wel openbare plaats genoemd, vervult immers een publieke functie, bijvoorbeeld voor verkeersactiviteiten. Gebruik van een deel van die ruimte als terras wijkt af van deze publieke functie. Een tweede vergunning is echter niet nodig als het terras voldoet aan de regels die daarover zijn opgenomen in dit beleid (artikel 2.10, vierde en vijfde lid, APV). Dat zijn de regels die zien op de inrichting van de openbare ruimte met voorwerpen ten behoeve van een terras.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1