Het college zorgt voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de WWB en de WIJ, waaronder de bestrijding van fraude en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WWB en de WIJ.
Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening aanvullende beleidsregels vaststellen.
Het college maakt zoveel mogelijk gebruik van de controlemiddelen die de WWB en de WIJ bieden, om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan.
De raad kan ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vaststellen.