Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Citeerartikel en inwerkingtreding

Onderdeel van Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012

Deze verordening wordt aangehaald als: Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012 Deze verordening treedt in werking op de dag na de publicatie van deze verordening. De Handhavingsverordening WWB en WIJ 2010 wordt gelijkertijd ingetrokken. Toelichting Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012 Algemeen In de Wet werk en bijstand (WWB) van 1 januari 2004 is de verplichting tot handhaving van regels, zoals die golden onder de Algemene bijstandswet (Abw), losgelaten en omgezet in een “kan”-bepaling. Hiermee krijgt de gemeente de bevoegdheid eigen regels te bepalen omtrent handhaving. De WWB schrijft voor dat de gemeente een verordening moet opstellen die de handhaving regelt. De letterlijke tekst van het bij amendement ingevoegde artikel 8a WWB luidt: De gemeenteraad stelt in het kader van het financiële beheer bij verordening regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Er worden geen eisen gesteld aan de inhoud van het beleid. Verlaging van de uitkering en terugvordering zijn onder de WWB geen verplichtingen meer, maar bevoegdheden. Door de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (BUIG) van 1 januari 2010 heeft de gemeente een grotere financiële verantwoordelijkheid bij de uitvoering van de IOAW en de IOAZ gekregen. Gelijk is de beleidsmatige vrijheid vergroot. Dat betekent onder andere dat er op het gebied van handhaving beleid moet worden geformuleerd. De IOAW en de IOAZ schrijven evenals de WWB voor, dat de raad een Handhavingsverordening vaststelt. Gezien de verwantschap tussen deze wetten en uit een oogpunt van deregulering en efficiency is gekozen voor een combiverordening. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Dit artikel bevat enkele begripsomschrijvingen. Onder uitkeringsgerechtigden met een WWB uitkering worden mede verstaan mensen met een uitkering krachtens het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Artikel 2 Dit artikel legt de verantwoordelijkheid voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de WWB en de IOAW/Z neer bij het college. Daarnaast krijgt het college de opdracht om de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de uitvoering en de resultaten op het gebied van handhaving. Met het tweede lid wordt tot uitdrukking gebracht dat de bijstand en de inkomensvoorziening alleen bestemd zijn voor hen die daar recht op hebben. Het college heeft de plicht alle mogelijke middelen in te zetten om de rechtmatigheid van de uitkeringen te waarborgen. Artikel 3 Terugvordering is een bevoegdheid van de gemeente. Met dit artikel spreekt de gemeenteraad uit dat van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt De regels omtrent de terugvordering zijn vastgelegd in de door het college vastgestelde Beleidsregels terugvordering en verhaal Wet werk en bijstand. Deze zijn ook van toepassing op de IOAW en IOAZ. Artikel 4 Ook verhaal (op derden zoals de onderhoudsplichtige) is een bevoegdheid. Met dit artikel spreekt de gemeenteraad uit dat van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt. Ook dit onderdeel is nader uitgewerkt in de bij de toelichting van artikel 3 genoemde beleidsregels. Artikel 5 Wanneer de cliënt onvolledige of onjuiste informatie verstrekt, kan de uitkering of de inkomensvoorziening (tijdelijk) worden verlaagd conform de Maatregelenverordening WWB 2012, respectievelijk de Maatregelenverordening IOAW/IOAZ. Deze verlaging is bedoeld om het nakomen van de verplichtingen en de hoogte van de uitkering op elkaar af te stemmen. Dit staat los van het terugvorderen van bijstand of de inkomensvoorziening, wat is bedoeld om de situatie (weer) in overeenstemming te brengen met het recht. Artikel 6 Onder het boeteregime van de Abw bestond de verplichting voor gemeenten om proces-verbaal op te maken en aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie als er sprake was van fraude en het benadelingsbedrag hoger was dan € 6.000,-- (de aangifterichtlijn sociale zekerheid). Deze grens is per 1 januari 2009 opgetrokken tot € 10.000,--. Deze taakverdeling tussen gemeente en OM blijft bestaan, met dien verstande dat het opleggen van een boete niet meer mogelijk is. Wel zal het college in voorkomende gevallen (het niet nakomen van de inlichtingenplicht) een maatregel op kunnen leggen. Artikel 7 Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 8 Dit artikel spreekt voor zich.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel