Bij de daadwerkelijke besluitvorming is het van belang om alle feiten en omstandigheden mee te nemen, alleen dan kan een deugdelijke belangenafweging worden gemaakt. Dit zijn in beginsel de feiten en omstandigheden die in de bestuurlijke rapportage zijn opgenomen, maar zij kunnen ook blijken uit nader onderzoek en de eventuele zienswijze.
Dit kan ertoe leiden dat in een concreet dossier wordt afgeweken van de handhavingsrichtlijn. Zo kan in plaats van een last onder bestuursdwang een last onder dwangsom worden opgelegd of een bestuurlijke waarschuwing. Ook kan in plaats van een last onder dwangsom een bestuurlijke waarschuwing worden opgelegd. Het kan er ook toe leiden dat juist een zwaarder handhavingsinstrument wordt ingezet. Bijvoorbeeld in plaats van een last onder dwangsom een last onder bestuursdwang. Ook bestaat de mogelijkheid om over te gaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van een spoedsluiting.
3.1 Overwegingen
Bij de daadwerkelijke besluitvorming worden de volgende feiten en omstandigheden meegenomen in de belangenafweging.
3.1.1 De ruimte
Bij de vaststelling van de handhavingsrichtlijn is reeds een onderscheid gemaakt tussen een ruimte die als woning wordt gebruikt en een ruimte die als lokaal wordt gebruikt.
Sluiting van een woning of lokaal geldt in beginsel voor de gehele ruimte en de eventueel bijbehorende erven. Hiervan kan worden afgeweken door een gedeelte van een woning of lokaal te sluiten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er sprake is van kamerverhuur.
Verder wordt gelet op de bestemming die de ruimte heeft en in welke mate de locatie wordt gebruikt conform de bestemming.
3.1.2 De aangetroffen middelen van lijst I en of lijst II, evidente voorbereidingshandelingen en de (handels)hoeveelheid
Er wordt gekeken naar de aangetroffen middelen. Middelen die zijn opgenomen in lijst I (harddrugs) leveren per definitie een zwaardere inbreuk op de openbare orde op dan middelen die zijn opgenomen in lijst II (softdrugs).
Ook wordt er gekeken naar de hoeveelheid middelen die is aangetroffen, dit is belangrijk bij de vaststelling of er een handelshoeveelheid is aangetroffen of een hoeveelheid voor eigen gebruik.
Bij de vaststelling van een hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aansluiting gezocht bij de richtlijnen die hiervoor zijn opgesteld door het Openbaar Ministerie.
Het uitgangspunt is:
Lijst I: een hoeveelheid tot en met 0,5 gram wordt aangemerkt als een hoeveelheid voor eigen gebruik. 0,5 gram ziet niet alleen op het middel in zijn zuiverste vorm, maar op hetgeen als middel wordt verhandeld. Hieronder wordt dus ook verstaan een tablet, pil, ampul of gemiddelde consumptie eenheid;
Lijst II: een hoeveelheid tot en met 5 gram wordt gedoogd en wordt aangemerkt als een hoeveelheid voor eigen gebruik. Voor hennepplanten geldt een hoeveelheid van 5 planten, als een hoeveelheid voor eigen gebruik.
Het aantreffen van een handelshoeveelheid is voldoende om handel aan te nemen, daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking hoeft niet aangetoond te worden. Het aantreffen van een handelshoeveelheid leidt echter niet per definitie tot handhavend optreden. In de handhavingsrichtlijn zijn eenheden opgenomen welke als uitgangspunt dienen voor het bepalen welke handhavingsinstrument wordt ingezet. Er is jurisprudentie waar is bepaald dat het opleggen van een last onder bestuursdwang bij de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs onredelijk is. Daarom is het van belang om te kijken naar alle feiten en omstandigheden van het geval.
Als geen middelen worden aangetroffen, maar wel stoffen of voorwerpen, zoals versnijdings- of verpakkingsmaterialen, de aanwezigheid van (grote sommen) geld, of indicaties dat sprake is geweest van eerdere oogsten (in geval van hennepteelt), dan wordt gekeken of er sprake is van evidente voorbereidingshandelingen. Het enkel aantreffen van potgrond zou uiteraard kunnen duiden op een voorbereidingshandeling, maar dit maakt nog geen evidente voorbereidingshandeling daar potgrond ook gebruikt wordt voor het telen van andere planten. Het wordt anders wanneer potgrond, kweekschema’s, bepaalde soort voedingsmiddelen en grote sommen geld worden aangetroffen. Zo kunnen sommige harddrugs worden gemaakt met stoffen en voorwerpen die veel huishoudens in huis hebben staan voor andere doeleinden dan het maken van harddrugs. Zo kan men bijvoorbeeld GHB, gamma – hydroxyboterzuur, maken met voorwerpen die zowel online als in de winkel gekocht kunnen worden voor andere doeleinden.
Als er sprake is van evidente voorbereidingshandelingen dan wordt in beginsel gekeken of het mogelijk is vast te stellen welke hoeveelheid dit zou kunnen opleveren en of het gaat om een handelshoeveelheid en wat de mate is van de professionaliteit bij de vaststelling van bedrijfsmatig handelen. Dit is nodig om te beoordelen welke handhavingsinstrument ingezet dient te worden.
Aan de hand van de aangetroffen voorwerpen of stoffen zal gekeken worden of berekend kan worden welke hoeveelheid dit zou kunnen opleveren, hierbij wordt uitgegaan van het maximum, zodat conform de handhavingsrichtlijn handhavend opgetreden kan worden.
Als het niet lukt om de hoeveelheid vast te stellen dan wordt in beginsel opgetreden middels het opleggen van een bestuurlijke waarschuwing. Dit wordt anders wanneer naast het aantreffen van een stof of voorwerp ook nog andere relevante zaken worden aangetroffen die maken dat geconcludeerd moet worden dat gesproken kan worden van evidente voorbereidingshandelingen ondanks dat de hoeveelheid niet valt vast te stellen.
Om te voldoen aan de eisen die de wet stelt om op te treden, en te handelen conform de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, dient per geval aan de hand van het o.a. door de politie overhandigde bestuurlijke rapportage of hennepinformatiebericht en relevante feiten en omstandigheden te worden beoordeeld of sprake is van evidente voorbereidingshandelingen.
3.1.3.Evidente voorbereidingshandelingen
Bij de verruiming van artikel 13b Opiumwet gaat het om voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a of 11a Opiumwet. Die bepalingen vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Bij de vaststelling van de bedrijfsmatigheid of professionaliteit wordt gekeken naar de Aanwijzing Opiumwet waar indicatoren zijn opgenomen voor de vaststelling van de professionaliteit of bedrijfsmatigheid. Voor beroeps – of bedrijfsmatige hennepteelt is voorts de mate van professionaliteit en het doel van de teelt van belang.
Dit betekent dus dat de situatie van dien aard moet zijn dat redelijkerwijs aangenomen moet kunnen worden aangenomen dat het om evidente voorbereidingshandelingen gaat. De vaststelling hiervan vergteen bestuurlijke beoordeling die wordt gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld. Zoals de ter plekke aangetroffen situatie, de aard en hoeveelheid van de (in beslag genomen) stof (of stoffen), het aangetroffen voorwerp (of voorwerpen), de onderlinge combinatie van deze en andere (uit het opsporingsonderzoek) relevante feitelijkheden.
Van voorbereidingshandelingen kan alleen sprake zijn bij het voorhanden hebben van een voorwerp of stof die, vanwege de aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om een middel zoals genoemd in lijst I en of lijst II van de Opiumwet te vervaardigen dan wel te telen. Uit de memorie van toelichting volgt dat de verruiming niet geldt voor aangetroffen vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a. De relatie van vervoer- of betaalmiddelen tot het pand zal in veel gevallen te los zijn om een last onder bestuursdwang inhoudende een sluiting te rechtvaardigen. De uitbreiding van de sluitingsbevoegdheid geldt evenmin als enkel een geheime dan wel verborgen ruimte wordt aangetroffen. Uiteraard kunnen de aangetroffen vervoer- of betaalmiddelen of geheime dan wel verborgen ruimten bijdragen aan de onderbouwing dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om evidente voorbereidingshandeling gaat.
Bij het vaststellen of sprake is van evidente voorbereidingshandelingen is het van belang om de mate van professionaliteit of bedrijfsmatigheid mee te wegen en vast te stellen. Daarom zijn de bestuurlijke rapportages of hennepinformatieberichten afkomstig van de politie dan ook van essentieel belang. Daarin dienen alle geconstateerde feiten te zijn opgenomen die van belang zijn voor de beoordeling en vaststelling van evidente voorbereidingshandelingen.
Bij de vaststelling of er sprake is van evidente voorbereidingshandelingen en de mate van bedrijfsmatigheid of professionaliteit wordt o.a. gekeken naar de Aanwijzing Opiumwet en naar de onderstaande, niet limitatieve, lijst. In de lijst zijn voorwerpen en stoffen opgenomen die in beginsel in combinatie ertoe leiden dat geconcludeerd wordt dat sprake is van evidente voorbereidingshandelingen:
glaswerk;
reactiekolf;
weegapparaat;
mengkuip;
jerrycan;
(chemicaliën) vat;
centrifuge;
tabletteermachine;
vrieskist;
drukvat;
vacuümpomp;
gasfles;
lekbak;
ponypack;
gootsteenontstopper;
versnijdingsmiddel;
mondkap/gelaatmasker;
stof waarmee harddrugs gemaakt kan worden.
armatuur (ten behoeve van assimilatielamp);
assimilatielamp;
elektriciteitssnoer;
snelheidsregelaar;
transformer;
koolstoffilter;
(grow)tent;
aircleaner;
luchtafzuiger;
temperatuurventilatieregelaar;
waterpomp;
groei – en of bestrijdingsmiddel;
hygro -, pc, ec – en thermometer;
pot;
droogrek;
ziektebestrijding;
potgrond;
steenwol;
hotbox;
koppelstuk (slakkenhuis);
stekplug;
waterslang.
Als het gaat om hennepteelt dan wordt gekeken of er indicaties zijn die aannemelijk maken dat geconcludeerd kan worden dat sprake is geweest van een eerdere oogst (of oogsten). Aan de hand hiervan kan worden beoordeeld of sprake is van herhaling van eerder gedrag. De onderstaande opsomming betreft een niet limitatieve lijst, het gaat om elementen die relevant (kunnen) zijn bij de beoordeling of sprake is geweest van een eerdere oogst of oogsten dan wel dat het aannemelijk is dat hier sprake van is geweest.
Aangetroffen (planten)resten. Het aantreffen van bijvoorbeeld wortelresten is een duidelijke indicatie dat de teelt ter plekke heeft plaatsgevonden;
De staat van de aanwezige apparatuur. Denk daarbij aan de verkleuring van de koolstoffilter en het kleurverschil in tegenstelling tot de onderdelen of kalk – en algenafzetting op de apparaten die in aanraking komen met water;
Aanwezigheid van een (dikke) laag stof op de spiegelkappen van de assimilatielampen;
De productiedatum die vermeld is op apparaten dan wel onderdelen, bijvoorbeeld die van PVC – pijpen of houten balken. Dan wel juist de afwezigheid van een productiedatum, omdat deze bijvoorbeeld is weggehaald;
Indien potten zijn gebruikt, kan aan de hand van het aantal afdrukken op de ondergrond een schatting worden gemaakt of en hoeveel eerdere kweken zijn geweest;
Aanwezigheid van kweekschema’s.
3.1.4 De ernst van het geval
Er wordt gekeken naar strafbare feiten van de overtreder, geweldsdelicten, wapenbezit of andere openbare orde problematiek die gerelateerd is aan de ruimte. Daarbij kan ook aantoonbare (drugs-) overlast met betrekking tot het pand of andere panden van de eigenaar een rol spelen. Ook de betrokkenheid van minderjarigen wordt meegenomen in de vaststelling van de ernst van de situatie.
3.1.5 De gezinssamenstelling
Er wordt gekeken naar de gezinssamenstelling, zoals deze onder andere blijkt uit de Basisregistratie personen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van personen van een bepaalde leeftijd, zoals minderjarige kinderen dan wel bejaarden. De aanwezigheid van deze personen leidt er echter niet per definitie toe dat wordt afgezien van handhavend optreden.
3.1.6 De (leef)omgeving
Er wordt gekeken naar de mate van gevaar of risico voor de woon - en leefomgeving. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken of de ruimte bekend staat als zijnde locatie waar middelen van lijst I (harddrugs) en, of, lijst II (softdrugs) aanwezig zijn dan wel verkregen kunnen worden.
3.1.7 Andere omstandigheden van het geval
Uiteindelijk worden alle feiten en omstandigheden meegewogen in de uiteindelijke besluitvorming. Er kunnen zich feiten en omstandigheden voordoen die niet in het beleid zijn opgenomen als zodanig. Bij elke zaak dienen alle omstandigheden van het geval betrokken te worden, ook omstandigheden die bij het opstellen van deze beleidsregels zijn of moeten worden geacht te zijn opgenomen. Er dient beoordeeld te worden in een concrete zaak of de omstandigheden op zichzelf of tezamen met andere omstandigheden moeten worden beschouwd als (bijzondere) omstandigheden die maken dat van de beleidsregels moet worden afgeweken.
Bij elk besluit moeten dus alle omstandigheden van het geval worden betrokken en beoordeeld worden of tezamen met andere omstandigheden er toch sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb die maken dat het handelen overeenkomstig deze beleidsregels gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doel.