In afwijking van de artikelen 3, 4 en 6 wordt belanghebbende, in het kader van het bij
herhaling schenden van de inlichtingenplicht, een maatregel opgelegd van 100%
gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start van de verrekening, indien hij
geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening
die volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete.
In afwijking van het eerste lid, wordt de maatregel in de tweede en derde maand,
gerekend vanaf de start van de verrekening, gematigd tot € 200,- indien de
belanghebbende redelijkerwijs niet kan beschikken over bezit ter hoogte van ten minste
driemaal de toepasselijke bijstandsnorm.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Maatregel bij verlies van een passende en toereikende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2013