Als er sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de wet genoemde verplichtingen, dan wordt er één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt er uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.
Als er sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de wet genoemde verplichtingen, dan wordt er voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit, gezien de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende niet verantwoord is.
Als er sprake is van een gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de wet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de wet, genoemde verplichting, dan beoordeelt het college welke sanctie er wordt opgelegd. Er wordt geen verlaging opgelegd, voor zover er voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Als er sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid van de wet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt er voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelegd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 15.
Samenloop van gedragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015