Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Afzien van verlaging en afstemming

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Het college ziet af van een verlaging als: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of de gedraging meer dan 12 maanden geleden heeft plaatsgevonden. Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht als bedoeld in artikel 18, tiende lid, van de wet. Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Het college kan de maatregel op een lager niveau of op nul vaststellen op grond van artikel 18, eerste lid en tiende lid, van de wet. Bij toepassing van het vierde lid wordt de verlaging op een percentage van 50 vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel